![]()
Download programmagids editie 01 Pers: Editie 001 succes 15:00 / Dr.Anton Philipszaal / Residentie Orkest /
Etienne Siebens, dirigent /
Walter van Hauwe, blokfluiten * wereldpremière 15:00 / Dr.Anton Philipszaal / Residentie Orkest /
Etienne Siebens, dirigent /
Walter van Hauwe, blokfluiten Dame Blanche In dit concert onder leiding van de
Belgische dirigent Etienne Siebens
zijn verwijzingen naar vroeger
opvallend aanwezig. In Dame Blanche
van de Haagse componist Cornelis de
Bondt soleert Walter van Hauwe op
een instrument dat zijn bloeiperiode
in de 17de eeuw had: de blokfluit. The Flames of Quietude (wereldpremière) is een recent werk van de veelvuldig onderscheiden New Yorkse componiste Vanessa Lann. Zij componeert al sinds haar vijfde, studeerde aan de Harvard University en aan het Koninklijk Conservatorium bij Theo Loevendie en Gilius van Bergeijk. Lann schreef composities in opdracht van onder meer het voormalig Radio Kamerorkest, Orkest de Volharding en het Nieuw Ensemble. Wat dit concert nog bijzonderder maakt, is de aanwezigheid van Vanessa Lann. Zij neemt de pianopartij in The Flames of Quietude voor haar rekening. Bestaande muziek gebruiken als materiaal voor een nieuwe compositie: de normaalste zaak van de wereld, vindt Cornelis de Bondt. “Machaut deed het op grote schaal, Bach en Busoni ook, en toen had niemand er moeite mee”, aldus de Haagse componist. “Ik doe het ook, niet uit ideologische overwegingen, maar gewoon omdat ik vind dat mijn muziek daar baat bij heeft.” Een direct voordeel is dat De Bondt zijn diepste zielenroerselen voor zich kan houden. Omdat hij muzikale ideeën en de daarbij behorende gevoelslading uit andermans schepping haalt, kan hij zich in alle vrijheid op de structuur van zijn compositie richten. Deze werkwijze sluit goed aan bij zijn opvattingen over kunst. De Bondt: “Ik vind het ongepast om de luisteraar te overvallen met de directe gemoedstoestanden van de componist (en mutatis mutandis de musicus). De muziek van anderen biedt mij een middel om afstand te creëren ten opzichte van mijn eigen emoties.” Bestaande muziek gebruiken als materiaal voor een nieuwe compositie: de normaalste zaak van de wereld, vindt Cornelis de Bondt. “Machaut deed het op grote schaal, Bach en Busoni ook, en toen had niemand er moeite mee”, aldus de Haagse componist. “Ik doe het ook, niet uit ideologische overwegingen, maar gewoon omdat ik vind dat mijn muziek daar baat bij heeft.” Een direct voordeel is dat De Bondt zijn diepste zielenroerselen voor zich kan houden. Omdat hij muzikale ideeën en de daarbij behorende gevoelslading uit andermans schepping haalt, kan hij zich in alle vrijheid op de structuur van zijn compositie richten. Deze werkwijze sluit goed aan bij zijn opvattingen over kunst. De Bondt: “Ik vind het ongepast om de luisteraar te overvallen met de directe gemoedstoestanden van de componist (en mutatis mutandis de musicus). De muziek van anderen biedt mij een middel om afstand te creëren ten opzichte van mijn eigen emoties.” Maar De Bondt kan zich net zo goed laten inspireren door een lied van Fauré of een soundtrack, als daar een aanleiding voor is. In zijn orkestwerk De Deuren Gesloten uit 1984 duikt opeens ‘As Time Goes By’ op, een song uit de film Casablanca. “Dit komt doordat de melodie op dezelfde noten is gebaseerd als de treurmars uit de Eroica van Beethoven”, legt de componist uit. “En ik was bij deze mars terechtgekomen omdat ik door trapsgewijze versnelling een mars wilde laten overgaan in een wals.” “Ik ging aan de slag met een gesublimeerde wals, La Valse van Ravel, maar het lukte me niet om deze metamuziek met mijn eigen technieken te bewerken. Toen heb ik het over een andere boeg gegooid.” Uiteindelijk combineerde De Bondt de eerste maten van Beethovens treurmars met de aria ‘When I am laid in earth’ uit Purcells opera Dido and Aeneas. De luisteraar heeft overigens niet meteen door dat De Bondt naar Beethoven verwijst, omdat de marsfragmenten aanvankelijk in een extreem langzaam tempo klinken. Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. De Bondt citeert nooit letterlijk, maar bewerkt het bestaande materiaal zo grondig dat het origineel soms onherkenbaar wordt. “In mijn Pianoconcert vertraag ik de eerste 25 maten van Weberns Symfonie op. 21 met een factor tien. De melodie wordt daardoor zo opgeblazen dat die niet meer te volgen is.” Ook hier wijst de Haagse componist op precedenten in de muziekgeschiedenis: “Strikt genomen doe ik hier hetzelfde als Machaut, die in bijna elk motet een uitgerekte Gregoriaanse melodie als cantus firmus gebruikt.” Michel Khalifa 16:00 / <TAG> / Things You Cannot See - Keir Neuringer * /
An Abridged List of Options - Keir Neuringer * /
Projection #11 - Amos Elmaliah * Keir Neuringer (New York 1976) presenteert twee recent gemaakte audiovisuele werken. In het eerste werk wordt via een beknopte lijst met keuzemogelijkheden een tekst gegenereerd waarin met zoveel woorden staat wat de wereld moet doen en die tekst wordt vervolgens omgezet in digitale muziek. Door in de video negatieve en positieve beelden met eenzelfde intensiteit te presenteren wil Neuringer de kijkers een handreiking geven om hun bewustzijn te verruimen door hun persoonlijke, dagelijkse bezigheden onderdeel te laten zijn van een groter geheel. In 'Things You Cannot See', het tweede werk, worden vergelijkbare thema's aangesneden. In een loop van 250 foto's worden beelden getoond van de slachting die tijdens de Amerikaans/Britse invasie van Irak werd aangericht. We zien gedode en gewonde vrouwen en kinderen. Amerikaanse piloten die teksten op bommen schrijven. Vernietigde gebouwen en dorpen. Maar het zijn geen heldere beelden. Vanuit de gedachte dat in een cultuur die niet bereid is om de vernietiging die het veroorzaakt onder ogen te zien, zijn de beelden bewust door Neuringer vaag gehouden. De muziek loopt digitaal synchroon met een geprogrammeerde beeldprojectie van Neuringer’s saxofoonmuziek. Keir Neuringer is actief als improviserend saxofonist en componist van elektronische en akoestische muziek. Hij schrijft teksten, programmeert concerten en maakt video-installaties. In veel van zijn werk manifesteert hij zijn oppositie tegen het destructieve karakter zoals dat door de dominante cultuur wordt uitgedragen en geaccepteerd. Hij studeerde multidisciplinaire kunst, compositie, computermuziek, klassieke en moderne literatuur en klassieke- en jazz saxofoon in Nederland. Polen, de Verenigde Staten en Groot Brittanië. Keir Neuringer leeft en werkt in Den Haag. Projection #11 - by Amos Elmaliah (wereldpremière) Amos Elmaliah (Jeruzalem 1978) presenteert een audiovisuele installatie die is voortgekomen uit de serie studies in abstracte animatie/visuele muziek die hij eerder maakte. Het vertrekpunt voor deze serie is de wens om te onderzoeken hoe lichamelijke beweging middels computerstimulaties beeld en geluid kan voortbrengen. De structuur van het onderzoek wordt bepaald door de ervaring die Elmaliah opdeed als editor van documentaire films en componist. De installatie is in wezen een uiteenzetting met kunst en wetenschap. De beelden die worden getoond zijn wat ze zijn, zoals een landschap is wat het is, waardoor de patronen of abstracties die voortkomen uit datgene wat wij enerzijds beleven als natuur en anderzijds begrijpen als feiten (data), heel direct en zuiver kan overkomen. Amos Elmaliah heeft een achtergrond als improviserend musicus. Zijn werk is interdisciplinair van karakter, waarbij hij zich concentreert op de manipulatie en manifestatie van beweging. Met behulp van speciaal ontwikkelde software produceert hij abstracte animaties die gefuseerd worden met 'Musique Concrete' en resulteren in een cinematografie van abstract beeld en geluid. Elmaliah maakt ook theater, video, geluid en kinetische kunst. Beroepsmatig werkt hij als editor van documentaire films en hij schrijft interactieve/multimedia computerprogramma's. Hij studeerde jazz, etnische- en elektro akoestische muziek als ook performance kunst in Berlijn, Jeruzalem en Den Haag 17:15 / Kloosterkerk / Guus Janssen – Straatweg (3 piccolo’s, 3 slagwerkers) /
Richard Ayres - No. 29 (2 trompetten, hoorn, trombone, tuba, orgel) Straatweg (Guus Janssen), dat werd geschreven voor slagwerkgroep Den Haag, is een werk met een knipoog. Het uiterst gefragmenteerde en abstracte begin, waarin de piccolo’s en slagwerk lange tonen spelen met enige accenten en melodische fragmenten, resulteert in een historisch cliché van deze beide instrumenten. Richard Ayres - No. 29 , kan het best worden omschreven als ‘an alpine or pastoral fantasia’ en werd geschreven voor de Nederlandse organist Jan Hage met financiële ondersteuning van ‘Fund for the Creation of Music’. Conversation watching the rain fall -2006 - Zittend buiten op de stoep van de Kloosterkerk, discussieerde ik met mijn broer over de notie van verzoening: als je kwaad over goedheid heen legt, dan verkrijg je neutraliteit (in het geval van een kerk geldt dit eerder andersom). Mijn broer vond dit idee van verzoening wel goed, maar hij vond ook dat het verbergen van een demonisch ritueel onder duivelse numerologie in mijn stuk, een kinderachtig idee was. Tijdens ons gesprek begon het zachtjes te regenen. Access (Claudio Baroni) voor orgel, 6 slagwerkers en viool is geschreven in opdracht voor Slagwerkgroep Den Haag. Access is een uiterst kleurrijk werk waarin Claudio Baroni gebruik maakt van een groot arsenaal slagwerkinstrumenten, waaronder de zeer zeldzame Sixxen (ontwikkeld door Yannis Xenakis). Door middel van een ruimtelijke opstelling, het gebruikmaken van verschillende stemmingen tussen het orgel, slagwerk en viool, kunnen de klanken optimaal met elkaar samensmelten en conflicteren.
20:30 / Korzo theater / Veenfabriek / Sottenschip * / Een nieuw muziektheaterwerk van componist Anke Brouwer en regisseur Boukje Schweigman / Ontwerp toneelbeeld & Lichtontwerp: Theun Mosk / Kostuumontwerp: Kim Arntzen / Kodumodumo, draak: Keren Motseri, zangeres / Sanktana, kameleon: Toon Kuijpers, acteur en mimespeler / Hoofdnar: Fanny Alofs, zangeres / Narren Sottenschipkwartet: Jacob Plooij (viool), Sonja Helasvuo (viool), Berdien Vrijland (altviool), John Addison (cello) Korzo muziekproducties in coproductie met De VeenFabriek Het libretto is gebaseerd op Ship of Fools van de Duitse geleerde en satiricus Sebastian Brandt in de vertaling van Edwin Zeydel, alsmede het originele gedicht, en twee gedichten van Neeltje Maria Min uit de bundel Voor wie ik liefheb wil ik heten: de ander is in mij en Staande naast hem. Sottenschip is een nieuwe muziektheatervoorstelling van twee jonge kunstenaars, de componiste Anke Brouwer en regisseur Boukje Schweigman. Het stuk voor twee zangeressen, acteur en strijkkwartet, is gemaakt in opdracht van Korzo muziekproducties in samenwerking met De VeenFabriek. Sottenschip is een muzikaal sprookje over de vraag hoe je je als individu verhoudt tot je omgeving. Waar houdt het ik op en waar begint de ander? In hoeverre hebben we de ander nodig om het ik te ontdekken? Voor deze ongrijpbare wereld halen beide makers inspiratie uit de schilderijen van Hiëronymus Bosch (Het Narrenschip en Tuin der lusten) en het gedicht Ship of Fools van Sebastian Brant. In deze omgeving plaatsen Schweigman en Brouwer twee karakters die zich verhouden tot de wereld om hen heen, en die elkaars uitersten vormen. De een, het personage Sanktana, probeert zich continu aan te passen. De ander, de draak, neemt juist het initiatief om alles naar eigen hand te zetten. Hoe houden zij stand? Weten zij te overleven? Zijn zij in staat elkaar te steunen? Korzo en De VeenFabriek vroegen Anke Brouwer de compositie en het libretto te maken van het Sottenschip. Brouwer behoort tot de nieuwe generatie compositie-talenten en studeerde af bij Louis Andriessen en Martijn Padding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Haar idioom heeft nauwe verwantschap met de Haagse school van componeren, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het streng doorvoeren van een concept met een minimum aan materiaal. Brouwer vindt zelf dat er veel kracht en schoonheid in de Haagse School schuilt. “Ik houd erg van de nuchtere aanpak en mooie harmonieën.” ottenschip opent met de muzikale bouwstenen van het stuk, bestaande uit twaalf “Bosch-akkoorden”. “Het karakter van deze akkoorden is streng, abstract en helder. Deze uiteenzetting van akkoorden gaat gepaard met de vertolking van het gedicht Vil narren, een lange uitgerekte melodie die wordt vertolkt door de hoofdpersoon, de draak. De componiste voelt zich aangetrokken tot het maken van muziektheater en schreef eerder Man op Zuil in de manifestatie Superville van De VeenFabriek. “Wat ik interessant vind aan muziektheater is dat je intensief samenwerkt met kunstenaars uit allerlei verschillende vakgebieden om Uiteindelijk één geïntegreerd geheel af te leveren. Bijna alles is mogelijk, je bepaalt met elkaar de grenzen. Afgezien van dit spannende creatieve proces kom je tegelijkertijd meer te weten over andere disciplines, en luister je op een andere manier naar je eigen muziek.” Brouwer vindt het inspirerend om met regisseur Boukje Schweigman samen te werken. “Ik vind haar voorstellingen heel sterk omdat ze vaak een ogenschijnlijk eenvoudig idee als uitgangspunt neemt en dat verrassend weet uit te werken. Ook is ze in staat het publiek te betrekken bij wat ze te vertellen heeft door het publiek op het gevoel aan te spreken. In tegenstelling tot Boukje ben ik meer beredenerend bezig en raak ik soms verstrikt in harmonische systemen. Ik denk dat onze tegengestelde benadering gunstig uitpakt bij onze samenwerking. Ik heb al veel geleerd van haar gevoel voor eenvoud en grote vorm, ik hoop op mijn beurt weer complexe lagen aan haar ideeën te kunnen toevoegen.” Anke Brouwer wilde vanaf het begin graag een voorstelling maken geïnspireerd op de wereld van Hiëronymus Bosch. “Het absurdistische van zijn werk spreekt me zeer aan. Er valt zo veel te zien aan krioelende duivels en allerlei bizarre creaturen en taferelen. In zijn tijd waren de onderwerpen in de schilderkunst aan regels gebonden. Door zijn schilderijen als waarschuwing te presenteren wist hij blijkbaar toch weg te komen met al die liederlijke taferelen. Wat mij intrigeert is de vraag of zijn wijzende vingertje een excuus was om zich helemaal uit te leven.” In de muzikale vormgeving van het stuk komen behalve de Boschakkoorden ook andere verwijzingen naar de wereld van Bosch. Anke Brouwer: “De Dunces melody – de melodie der dwazen; wordt een belangrijk gegeven in het stuk. Is er in de introductie van het stuk sprake van heldere muzikale blokken en statige akkoorden, in de Bosch-wereld regeert de melodie der dwazen en contrapunt. In de kleurige Bosch-stoet heeft elke nar zijn eigen melodie, die op stuntelige wijze in elkaar geknutseld is met het basismateriaal als uitgangspunt. Na de “schipbreuk”, en ondergang van de draak, blijft een kakafonie van deze melodieën nog lang schril doorklinken. Regisseur en mimespeelster Boukje Schweigman zal het Sottenschip regisseren. Ze werkt daarbij nauw samen met haar vaste samenwerkingspartner Theun Mosk en kostuumontwerpster Kim Arntzen. Schweigman maakte furore met de voorstellingen Klep en Benen, Grond, Weef, Wervel en onlangs nog Dreef. Kenmerkend voor haar werk is dat zij een ruimte weet te creëren die het publiek onmiddellijk en overtuigend haar wereld invoert. Schweigman formuleerde als uitgangspunt voor het Sottenschip een verhaal dat gaat over samenleven en ‘individu zijn’. Zij creëerde drie hoofdpersonages in het stuk. De kameleon Sanktana, gespeeld door acteur en mimespeler Toon Kuijpers, past zich graag aan en probeert het beste te maken van de situatie waarin hij belandt. Kodumodumo, gespeeld door zangeres Keren Motseri, is de draak die alles wil sturen en is geïnspireerd op een van de monsters uit Tuin der lusten van Bosch. Gedreven door motivaties als vraatzucht, symbiotisch en seksueel verlangen, vreet de draak alles en iedereen op. Hij wordt daartoe opgejut door een van de narren, vertolkt door zangeres Fanny Alofs, die hem verleidt naar de ongrijpbare en Dionysische wereld van Bosch en die in regie en muzikaal opzicht het spiegelbeeld vormt van de draak. In de wereld van Bosch openbaren zich de uiterste karakters Sanktana en de draak. De draak vreet de narren op, vertolkt door het strijkkwartet en zangeres Fanny Alofs, en kan zich nauwelijks meer bewegen. Sanktana feest mee in de liederlijke Bosch-wereld en is door zijn kameleontische gave de enige die gespaard blijft. Tot wie moet hij zich echter verhouden? KORZO MUZIEKPRODUCTIES Artistieke leiding: Sylvia Stoetzer Zakelijke leiding: Bernadette Stokvis Productieleiding: Marga Jongbloed Publiciteit: Martine Jedema, Saskia Winters Fotografie publiciteitsbeeld: Ben van Duin Grafische vormgeving: Maarten Evenhuis Techniek: Peter Lemmens DE VEENFABRIEK Artistieke leiding & regie-adviezen: Paul Koek Zakelijke leiding: Rick Spaan Publiciteit: Mimi Lakeman Uitvoer decor: Rene Bakker Korzo muziekproducties wil met haar productiehuis jonge componisten stimuleren en coachen om in een nieuwe uitvoeringscontext te erken en artistieke ideeën te ontwikkelen. Tevens wordt in het productiehuis veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van muziektheater en de relatie tussen muziek en beeldende kunst, muziek en dans.
22:00 / Paard van Troje / Loos Foundation / Peter van Bergen - VORTEX* / Huib Emmer - FI.1 & FI.2 "/ Pdq^d - WIT EN ZWART & JAZZKWARTET Peter van Bergen woodwinds, live electronics / Gerard Bouwhuis, el piano / Petra Dolleman, live image / Huib Emmer, live electronics / Johan Faber, percussion / Joost van Veen, live image VORTEX FI.1 & FI.2 WIT EN ZWART & JAZZK WARTET Dit programma is tot stand gekomen met dank aan het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. LOOS Ensemble Met het incorporeren van moderne technologie en elektronica in het spijkerharde, granieten en confronterend precieze percusieve geluid van de groep en de samenwerking met componisten, improvisatoren als Camel Zekri, Mohamed Beldjoudi, Wria Shekany, Zeena Parkins, Ikue Mori, Misha Mengelberg, Atsuhiro Ito, Gert Jan Prins, Edwin van der Heide, theatermakers, choreografen en beeldende kunstenaars heeft LOOS zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de meest vooraanstaande internationale avant-gardegroepen van dit moment. Het grootste deel van het repertoire bestaat uit stukken met de naam Factorseries - een gestaag groeiende reeks composities en ‘speelstructuren’ van de hand van Peter van Bergen, waarin muziek tot in haar essentie is herleid – een drieeenheid van akkoorden, stilte en improvisatie met een geheel eigen lankestethiek. Verscheidene componisten waaronder Louis Andriessen,Cornelis de Bondt, Huib Emmer, Guus Janssen, Yannis Kyriakides, Paul Termos, Edwin van der Heide, Misha Mengelberg en Martijn Padding, hebben zowel om die reden als vanwege de specifieke uitvoerende kwaliteiten van de individuele leden speciaal voor LOOS en in nauwe samenwerking met de groep, bijzondere composities geschreven. Naast optredens in vele radio- en tv-programma’s gaf LOOS de
afgelopen jaren concerten in heel Europa, op o.a. Donaueschinger Musiktage, Warschauer Herbst, Nickelsdorfer Konfrontationen, Vanaf januari 2007 zal LOOS de nieuwe Studio LOOS werk- en presentatie ruimte in de DCR Den Haag in gebruik nemen en daar openbare presentaties, lezingen, workshops en voorbeschouwingen van werken en producties op het gebied van nieuwe gecomponeerde en geïmproviseerde muziek, met gebruikmaking van hedendaagse technologie en in interdisciplinaire context, organiseren. Oorverdovend kabaal komt uit de Kloosterkerk. Gehamer op stalen buizen waardoorheen de broze klanken van een hakkelend gespeeld orgelwerkje van Bach. Dit zal toch niet de opmaat zijn van het concert dat organist Jan Hage gaat geven met onder meer een aantal slagwerkers van het Koninklijk Conservatorium? Bij binnenkomst blijkt een immense steiger te worden afgebroken. De laatste fase van een verbouwing van de monumentale kerk. Tijdens die verbouwing mogen amateur organisten kennelijk gebruik maken van het in 1966 door de Deense orgelbouwer Marcussen vervaardigde instrument. Veertig registers, verdeeld over drie klavieren met een pedaalwerk die vrijwel iedere zondag en bij huwelijken en rouwplechtigheden bespeeld worden door, zoals dat heet, titulair organist Jan Hage. De vaste organist van de Kloosterkerk staat mij op te wachten en neemt mij mee naar de consistoriekamer, waar het een stuk rustiger praten is. Hage (1964) vertelt enigszins gelaten over de overlast die de verbouwing van zijn ‘studeerkamer’ met zich meebrengt. Een organist kan immers niet thuis oefenen. Het geklop en gehamer en ook de hittegolf van de afgelopen weken die zelfs de Kloosterkerk in een broeikas veranderde, vielen ongelukkig samen met wat het hoogtepunt in het orgelseizoen is. Zomers vinden alle grote festivals plaats met voor Hage soms wel twee concerten op een dag. Maar de in binnen- en buitenland vermaarde organist lijkt er de man niet naar om zich snel van zijn stuk te laten brengen. Zelfs niet met een gewaagd programma tijdens de eerste Dag in de Branding in het vooruitzicht. Op 16 september zal Jan Hage met een ensemble van het Koninklijk Conservatorium onder leiding van Joost Geevers de aftrap geven van het Festival in de Branding nieuwe stijl. Onder meer No 29 van Richard Ayres staat op het programma. Achter dit nuchtere getal schuilt een sensationeel werk voor orgel en koperblazers. Binnen het internationaal gevierde gilde van Nederlandse organisten neemt Hage een opvallende plaats in als pleitbezorger van de allernieuwste muziek. Wat drijft iemand om het orgel, dat toch gezegend is met een eeuwenoud en rijk repertoire, voortdurend in dienst te stellen van nieuwe muziek? Hage: “ Dat mag je wel een passie noemen. Ik heb gewoon belangstelling voor alles wat nieuw is. Al heeft mijn leraar Jan Welmers, zelf ook begenadigd componist, er zeker toe bijgedragen dat ik van meet af aan open heb gestaan voor muziek van tijdgenoten.” Is dat niet vragen om problemen? Hoeveel componisten kunnen tegenwoordig nog een beetje behoorlijk voor orgel schrijven? Hage: ” Dat maakt het nu juist zo spannend! Je hebt wat ik maar noem orgelcomponisten en échte componisten. Orgelcomponisten zijn organisten die ook componeren en dus precies weten wat er wel of niet kan en hoe je het goed moet laten klinken. Maar juist de componisten die het orgel niet zo goed kennen, komen met muzikale ideeën die het repertoire enorm verrijken. Met verrassende combinaties of met klankkleuren die nog niemand eerder heeft bedacht. Die fascineren mij. Ja je hebt wel eens momenten dat je zit te oefenen hoe je zo snel mogelijk stukjes lood op de toetsen kunt verplaatsen omdat een componist dat voorschrijft en dat je dan bedenkt, is dit mijn vak nog wel? En niet ieder nieuw stuk is ook gelijk een meesterwerk. Maar ik weiger om alleen met een soort museumcultuur bezig te zijn.” Hage bespeelde tientallen orgels, waaronder wereldberoemde instrumenten zoals die in de kathedralen van Rouen, Poitiers en de Nôtre Dame in Parijs, de stad waar hij enige jaren studeerde. Zijn repertoire omvat de hele orgelliteratuur inclusief het integrale oeuvre voor orgel van Olivier Messiaen. Bepaald niet de minste componisten hebben voor het instrument geschreven, al zijn er onder hen ook die het orgel haten. Hage: “Het monster ademt niet. Dat is een uitspraak van Igor Strawinsky die dan ook nooit iets voor orgel heeft geschreven. En ook Louis Andriessen heeft nooit iets voor een kerkorgel gemaakt, maar die is waarschijnlijk erfelijk belast als kind van een orgelspelende vader. Het is ook waar dat het instrument in al zijn rijkdom toch de beperking heeft dat je geen dynamische verschillen kunt maken. Het is en blijft een machine. De kunst is dan om dynamiek wel te suggereren. En geen instrument kan hoger of lager dan het orgel. Het is een eenmansorkest.” Hoe is dat dan met samenspelen? Je speelt stukken voor orgel met viool, orgel met slagwerk, orgel met blazers of zoals nu een heel ensemble? Hage: “Samenspel is altijd ingewikkeld. Je hebt het probleem van de afstand. De orgelbank is soms een tiental meters van het podium verwijderd waarop de andere musici staan. En de ruimte speelt dan een grote rol. Er zijn wel monitoren waarop je een dirigent kunt volgen, maar dat is vaak alleen maar een complicerende factor. Het meest extreme geval dat ik me kan herinneren was een uitvoering waarbij ik zelfs de monitor niet kon zien en via een oortje een assistent zachtjes hoorde meetellen met de dirigent . En als die dan weer niet maatvast is, tja..... Maar als organist in bijvoorbeeld de cantates van Bach zit ik gewoon met een kistorgel tussen de zangers en het ensemble. Ook dat hoort bij het vak.” Terwijl heel Nederland aan het strand ligt of elders vakantie viert, zit jij dus vrijwel dagelijks in deze kerk en speel jij ook nog eens alle zondagen tijdens de dienst. Heeft een organist geen behoefte aan vakantie? Hage: “ Ik ga wel eens een weekje weg. Maar dan begin ik het orgel toch snel te missen. Muziek is mijn leven. Het is af en toe wel leuk om eens iets anders te doen, maar..... eh... niet te lang.” © Renee Jonker |