Download programmagids editie 03 Pers: NRC / AD / Haagse Courant / Trouw 15:00 / Dr. Anton Philipszaal / Residentie Orkest / Een eeuw muziek / Reinbert de Leeuw, dirigent /
Susan Narucki (sopraan) / Berio / Strawinsky / Kagel / Vivier
15:00 / Dr. Anton Philipszaal / Residentie Orkest / Een eeuw muziek / Reinbert de Leeuw, dirigent / Susan Narucki (sopraan) / Berio / Strawinsky / Kagel / Vivier Eigentijdse muziek kent al decennialang een bevlogen ambassadeur. Dirigent, componist en pianist Reinbert de Leeuw mag bovendien graag een lans breken voor muziek die op de nominatie staat om vergeten te worden. Zoals het werk van de Canadese componist Claude Vivier (1948-1983), die droom en werkelijkheid verweeft in een unieke, kleurrijke en emotionele muziektaal. Orion, geschreven in 1979, wordt in dit concert omlijst met de muziek van Luciano Berio en Mauricio Kagel, twee bekende discipelen van de Darmstadt-school. Tot besluit klinkt het Divertimento uit de balletmuziek van Stravinsky's Le baiser de la fée. Vivier - Orion De meeste werken van de jong gestorven Claude Vivier bevatten een autobiografische component. Hoewel de Franstalige Canadees niet of nauwelijks naar concrete gebeurtenissen uit zijn bewogen leven verwijst, behandelt hij in zijn muziek een klein aantal thema’s die hem na aan het hart liggen: dood, liefde, onschuld, avontuur. In de woorden van Bob Gilmore: “Vivier componeerde onder andere om in contact te komen met een innerlijke belevingswereld: het was voor hem een manier om de confrontatie aan te gaan met pijn, het kwaad, verlatenheid en verlangen.” In bijna al zijn composities geeft Vivier een hoofdrol aan een melodie, die zich net als een mens van vlees en bloed blijft ontwikkelen. Deze ontwikkeling is dan ook medebepalend voor het muzikale verloop. Het orkestwerk Orion uit 1979 is daar een schoolvoorbeeld van. De hoofdmelodie gaat in totaal door zes verschillende fases, die Vivier in zijn programmatoelichting als volgt benoemt: “presentatie van de melodie, eerste ontwikkeling van de melodie over zichzelf, tweede ontwikkeling van de melodie over zichzelf, meditatie op de melodie, herinnering aan de melodie en tenslotte de melodie over twee intervallen”. Vivier voegt hieraan toe dat de melodie zich op zichzelf projecteert, “zonder de muur van eenzaamheid te kunnen (willen) breken”. In de openingsmaten klinkt de melodie in de trompetten, boven een fluisterzachte klankbodem van viooltremolo’s. Viviers keuze voor de trompet, “instrument van de dood in de Middeleeuwen”, weerspiegelt de gedachtewereld van de gekwelde componist. Ook tekenend is de titel van het werk, een verwijzing naar de constellatie Orion. De muziek van Vivier ligt op het snijvlak van verbeelding en werkelijkheid. Zo duidt de eeuwige terugkeer van de melodie in Orion op “de geschiedenis met een hoofdletter H, die nog steeds ongeduldig wacht op de terugkeer van haar verlossende heiligen en haar dictatoren.” Drie jaar voor Orion had Vivier een eerste werk voor groot orkest gecomponeerd, Siddartha, waarin hij de musici in acht groepen over de ruimte had verdeeld. Siddartha bleek echter zo moeilijk in te studeren dat de geplande wereldpremière moest worden uitgesteld. In Orion koos Vivier wijselijk voor een conventionele plaatsing. Deze keer verliep alles volgens plan. De opdrachtgever, het Orchestre Symphonique de Montréal, verzorgde de eerste uitvoering onder leiding van Charles Dutoit op 14 oktober 1980. Kagel – Andere Gesänge Wie enigszins ingevoerd is in het kleurrijke oeuvre van de Argentijns-Duitse componist Mauricio Kagel, kan zich bij een titel als Andere Gesänge van alles voorstellen. Alles is namelijk anders bij Kagel, die in de loop der jaren een eigen muzikaal universum geschapen heeft, met groteske vondsten en bijzondere aandacht voor allerlei vormen van muziektheater. Hierbij steekt hij geregeld de draak met de gevestigde traditie. Zo laat hij voorafgaand aan Entführung im Konzertsaal (2000) verschillende musici ‘ontvoeren’, waarna de ontvoerder zich op het toneel meldt en telefonische gesprekken voert met de dirigent om uit de impasse te komen. In dit licht valt er weinig schokkends te ontdekken in Andere Gesänge. Toegegeven, allerlei vocale technieken passeren de revue in deze vijf ‘Intermezzi voor sopraan en orkest’ uit 2002-2003. Maar voor de rest gaat het om een traditioneel werk voor het concertpodium, zonder provocerende bedoelingen. Net als bijvoorbeeld Wagner heeft Kagel zijn eigen libretto samengesteld. Hij gaat niet uit van een meeslepend verhaal of een ontroerende legende, maar gebruikt een selectie van bestaande spreekwoorden. In zes talen, dat wel: Duits, Frans, Italiaans, Latijn, Engels en Spaans. Volgens Kagel gaat het om een volstrekt logische keuze: “Ik heb heel vroeg belangstelling gehad voor spreekwoorden, zelfs voordat ik wist dat ze me van dienst zouden zijn in mijn eigen werken. Het poëtische vernuft van de spreekwoorden brengt [mij] altijd in vervoering, ze dragen de volkswijsheid over met een vanzelfsprekende accuratesse.” Elk deel van Andere Gesänge heeft een eigen thema, dat overeenkomt met de betreffende selectie van spreekwoorden. De vijf thema’s zijn achtereenvolgens lach, schipbreuk en engel, zintuigen, tijd en dood. De sopraan draagt de verschillende spreekwoorden in de voorgeschreven talen voor. Dit gebeurt meestal zingend, maar soms ook, afhankelijk van de context, lachend, zuchtend of fluisterend. Enig acteertalent wordt ook verwacht van de soliste, die een enkele keer een naïef kind of een hysterische vrouw moet vertolken. Michel Khalifa Eindrucke | Luciano Berio Igor Stravinsky - Divertimento uit Le baiser de la fée Reinbert de Leeuw, geboren in 1938 in Amsterdam, studeerde piano en muziektheorie in Amsterdam en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Kees van Baaren. Hij was nadien zelf als leraar verbonden aan het Koninklijk Conservatorium. Als pianist kreeg hij grote bekendheid door zijn interpretatie van de werken van Erik Satie. Als dirigent houdt hij zich vooral bezig met het uitvoeren van eigentijdse muziek. Hij was mede-oprichter van de Nederlandse Charles Ives Society (1968) en oprichter van het Schönberg Ensemble op dat onder zijn leiding grote roem heeft verworven met de uitvoering van het complete kamermuziekoeuvre van Schönberg, Webern en Berg. Voorts dirigeerde hij onder meer de première van Jan van Vlijmens opera Un malheureux vêtu de noir (1991) en is hij regelmatig gastdirigent bij de belangrijkste Nederlandse orkesten, ensembles en het Nederlands Kamerkoor. In 1992 was hij gastdirecteur voor het festival van Aldeburgh, Engeland en van 1994 tot 1998 artistiek directeur van het Tanglewood Festival. In 2001 werd hij benoemd tot artistiek adviseur en vaste gastdirigent voor hedendaagse muziek van twee Australische orkesten, het orkest van Melbourne en dat van Sydney. Van 2001 tot 2003 was hij artistiek directeur van de Zomeracademie van het Nationaal Jeugd Orkest in Oosterbeek. Sinds augustus 2004 is Reinbert de Leeuw hoogleraar aan de Universiteit Leiden voor 'uitvoerende en scheppende kunsten van de 19de, 20ste en 21ste eeuw'. De Amerikaanse sopraan Susan Narucki beheerst een breed repertoire, van Bach en Mozart tot Andriessen en Crumb, en heeft in het bijzonder ook een reputatie opgebouwd als een van de voortreffelijkste ambassadrices van eigentijdse muziek. ‘A composer’s best friend, a new music interpreter of such intelligence, commitment and technical prowess that anything she sings takes on a radiant life’, aldus The San Francisco Chronicle. Zo was zij de afgelopen concertseizoenen te horen in premières van werken van onder anderen Skriabin, Kagel en Carter, vertolkte zij de rol van Pat Nixon in John Adams’ Nixon in China met het Los Angeles Philharmonic onder leiding van de componist, en zong zij in Stravinsky’s Les Noces met het San Francisco Symphony Orchestra onder leiding van Michael Tilson Thomas in Carnegie Hall. Vanaf 1991 is Susan Narucki regelmatig te gast geweest bij het Schönberg Ensemble en het Asko Ensemble, zowel in Nederland als op festivals in Parijs, Londen, Warschau, München en Wenen.
© Robert Benschop 17:00 / Korzo / John Cage - Bespoken / Muziek: 6 Melodies for Violin and Piano - John Cage / Gerard Bouwhuis (piano) en Heleen van Hulst (viool) / Choreografie: Paul Selvyn Norton. Dansers: Jussi Nousiainen & Irena Mikeck / Steve Reich - If you forget me / Muziek: Triple Quartet van Steve Reich. EnAccord Strijkkwartet / Choreografie: Neel Verdoorn. Dansers: 3 (Korzo dansproducties) Paul Selwyn Norton - Bespoken Concept: Gerard Bouwhuis, Heleen Hulst and Paul Selwyn Norton / choreography: Paul Selwyn Norton / composities: John Cage Six Melodies for Piano and Violin / performed by: Heleen Hulst, Gerard Bouwhuis / dance: Irene Mikec, Jussi Nousiainen / light design: Ellen Knops. Bespoken is an initiative of no apology en Nieuw Amsterdams Peil and is the basis for a much larger dance conert planned for the 2007/2008 season. Bespoken is a co produced by no apology and Korzo producties Neel Verdoorn – If you forget me … Choreography: Neel Verdoorn / dance: Simone Geiger, Yanaika Holle, Andrea Palombi, / music: Triple Quartet – Steve Reich / performed by: EnAccord String Quartet (Ilka van der Plas – violin, Ian van den Berk – violin, Rosalinde Kluck – alt violin, Mette Seidel – cello) / costumes: Ben Voorhaar / light designp: Bas Visser.
20:30 / Theater de Regentes / De nieuwe Opera Academy met Greek van Mark Anthony Turnage, opera in 2 actes / Libretto: adaptatie door Mark-Anthony Turnage en Jonathan Moore van Steven Berkoff's toneelproductie / Productie: De Nieuwe Opera Academie (DNOA) / Ensemble van het Koninklijk Conservatorium / Hans Leenders, dirigent / Javier Lopez Pinon, regisseur / Alex Brok, lichtontwerp / Sophie Ketting, vormgeving en kostuumontwerp Alistair Shelton-Smith (bariton) – Eddy | Karel Ludvik (bariton) – Dad, Café Manager, Chief of Police Eloise Routledge (sopraan) – Mum, Waitress, Sphinx | Rea Fueter (mezzo sopraan) - Wife, Doreen, Waitress, Sphinx De Britse componist Mark-Anthony Turnage (1960) beleefde zijn doorbraak in 1988 met deze opera als ruige en gedurfde visie op het Engeland van Margaret Thatcher. Het verhaal is gebaseerd op een toneelstuk van Steven Berkoff waarbij de mythe van Oedipus werd ge-update naar het East End London uit de jaren tachtig. In de muziek combineert Turnage jazz met klassieke tradities en bestaan de dialogen uit zowel gezongen als gesproken tekst in een overdreven Cockney accent. Mark-Anthony Turnage groeide op in Grays, een van de mistroostige Londense voorsteden, en kreeg op zijn vijftiende zijn eerste muzieklessen van Oliver Knussen. Hij studeerde daarna aan het Royal College of Music verder bij Knussen. In 1983 kreeg hij een beurs om naar Tanglewood in de V.S. te gaan waar hij studeerde bij Gunther Schuller en Hans Werner Henze. Deze laatste bestelde Greek bij hem voor de Biennale in München. De opera Greek heeft zich sinds de oeruitvoering (München 1988) door de briljante orkestpartijen, de krachtige en kleurrijke stijl van componeren in combinatie met het uitgesproken libretto een plaats weten te veroveren in het repertoire. Dat is nogal uitzonderlijk en pleit voor de zeggingskracht van het werk. Greek kan dan ook gekenmerkt worden als een van de belangrijkste hedendaagse opera’s. Synopsis Zoals in de klassiek Griekse tragedie gebruikelijk is, vertolken 4 zangers alle rollen. Zij sleuren het publiek mee van hooligan-café naar winebar. De voorstelling wil dan ook aandoen als een kroegentocht door een grote stad aan het begin van de 21e eeuw. Geweld, sex, alcohol, de standaard-elementen van een weekend stappen worden in het kader gezet van de Griekse mythologie. De omkering van de moraal van de Oedipus-mythe en de extreme vorm van de opera zullen zeker reacties oproepen over schuld, boete, ethiek en moraal. Hans Leenders (1971) studeerde slagwerk aan het Rotterdams Conservatorium. Na zijn afstuderen in 1995 kreeg hij een vaste aanstelling als slagwerker bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ook studeerde hij orkestdirectie bij onder andere Arie van Beek. Sinds 1997 is hij verbonden als hoofdvakdocent klassiek slagwerk aan het Rotterdams Conservatorium. In juni 1997 kreeg hij de ‘Anton Kersjes beurs’ voor jonge dirigenten uitgereikt, waarbij hij het Nederlands Kamerorkest dirigeerde. Sindsdien volgde hij masterclasses bij Ilja Moesin, Valery Gergiev en Jorma Panula. Javier López Piñón werd geboren in Barcelona en woont in Nederland, waar hij afstudeerde aan de regie-opleiding van de Amsterdamse Theaterschool. Hij regisseert opera en gesproken toneel en heeft gewerkt bij gezelschappen en producenten in binnen- en buitenland. Hij werkte samen met gerenommeerde dirigenten als Kenneth Montgomery (Così fan Tutte, L’Elisir d’amore en Il Trovatore voor Opera Northern Ireland) en William Christie (David & Jonathas en Thésée voor het Ambronay-festival). Hij is zeer actief in het creëren van nieuw muziektheater en heeft wereldpremières geënsceneerd van nieuwe werken van veelal jonge Nederlandse en Amerikaanse componisten. Alex Brok studeerde Theatertechniek aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Na zijn opleiding werd hij assistent lichtontwerper bij Henk van der Geest voor verschillende producties van het RO Theater in Rotterdam. In 1998 ging hij naar de Verenigde Staten waar hij les gaf in lichtontwerp aan Stanford University en ontwierp voor verschillende producties binnen de theaterafdeling van deze universiteit. Voor De Nieuwe Opera Academie ontwierp hij onder meer Le Nozze di Figaro, Satyricon/Ballo delle d'Ingrate, Die Zauberflöte, Dvê Vdovy, Alcina, Café l’exil déjà-vu, A Midsummernight’s Dream, Dido en Aeneas en Gianni Schicchi. Sophie Ketting studeerde theatervormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. Ze vertegenwoordigde de Hogeschool met haar ontwerp voor Les contes d’Hoffmann op de Praagse Quadriënnale. Voor de gekostumeerde performance In en Uit won ze samen met Marjan van Geene de eerste prijs in Central Studio’s. De kostuums werden later geëxposeerd in de Haagse Kunstkring. 22:00 / TAG - Foyer Paard van Troje: SWINGING SPEAKERS | Interactive sound installation | 2006-2007 Swinging Speakers is het resultaat van een onderzoek naar geluid en ruimte, de architectonische eigenschappen van muziek en de relatie tussen muzikale vorm en de ruimte waarin het werk wordt uitgevoerd. Oorspronkelijk had het project de vorm van een performance, waarbij musici speakers door de lucht zwaaiden, boven de hoofden van het publiek, terwijl de muziek veranderde met de bewegingen van de speakers. In deze installatie bepaalt de beweging de muziek en wordt het publiek uitgenodigd om het systeem te beïnvloeden door de speakers heen en weer te zwaaien of juist te stoppen. Doordat de objecten waar het publiek mee aan de gang gaat, verbonden zijn met de tijdsindeling van de muziek, kan het publiek zowel de fysieke beweging als de muzikale ontwikkeling tegelijkertijd beïnvloeden, als één geheel. Dit geeft de luisteraar totale controle over het systeem en een eigen, persoonlijke beleving van één en hetzelfde muziekstuk. Gilad Woltsovitch (Israel, 1982) is opgeleid tot jazz-drummer en percussionist. Hij speelt als drummer bij de indie-rockband NiCad. Woltsovitch begon al in een vroeg stadium electronica te gebruiken bij het componeren van muziek. Hij studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag op de afdeling Sonologie. Op dit moment studeert hij aan de Haagse Kunstakademie. Gilad Woltsovitch (Israel 1982) trained as a jazz drummer and percussionist and is now the drummer of the indie-rock band NiCad. He began integrating electronics into music composition at an early stage, which led him to obtain his BA in Sonology at the Royal Conservatory of the Hague. Currently enrolled in the ArtScience masters program at the Royal Academy of Arts in the Hague, Woltsovitch wishes in his art to trigger a thought process linking the spectator, the art, and the space in which they meet. Generation Random: expositie van graphic design studio LUST in <TAG> Tussen 12 en 20 uur heeft u vandaag de gelegenheid om langs te gaan bij <TAG> aan de Stille Veerkade. Daar is de expositie LUST: Generation Random te zien. Ter ere van de tiende verjaardag van grafisch ontwerpbureau LUST organiseert <TAG> in maart 2007 een maand lang verschillende activiteiten. Zeer bijzonder is de interactieve catalogus waarmee u door tien jaar design kunt reizen. In een geheel nieuwe manier van archiveren biedt de expositie niet zozeer een chronologisch overzicht, maar inzicht in het ontwerpproces zelf, waarbij succes en mislukken naast elkaar bestaan. Het systeem stelt het opslaan van data, de toegankelijkheid en de mogelijkheden tot uitwisselen en editen van deze data centraal - mogelijkheden die steeds belangrijker worden in dit digitale tijdperk. LUST: Generation Random is van woensdag tot zaterdag geopend van 12 tot 17 uur. Speciaal vandaag blijft de expositie voor bezoekers van Dag in de Branding 03 open tot 20.00 uur 22:30 / Paard van Troje kleine zaal / Dorrit Dijkstra en John Hollebeck Jorrit Dijkstra (altsax, lyricon, analoge elektronica) Dijkstra (1953) en Hollenbeck (1968) spelen al sinds 1998 regelmatig als duo. Hun eerste album, Sequence (Trytone), werd vorig jaar zeer goed ontvangen door de pers. Dit intieme duo onderzoekt de kleine klankverschillen die de instrumenten mogelijk maken: boventonen, mircobeats, valse lucht, het geluid van kleppen en de verschillende raakvlakken van percussie-instrumenten. Tijdens die verkenningen worden de melodie en de groove echter nooit vergeten. Muziek van een zeldzame subtiliteit die Dijkstra woont sinds 2002 in Boston. Hij is als saxofonist beïnvloed door Ornette Coleman, Paul Desmond en John Zorn. Hij studeerde bij Misha Mengelberg, Steve Coleman, steve Lacy and Lee Hyla. Hij gebruikt elektronica om zijn saxofoongeluiden te bewerken. Hij speelde met onder meer Gerry Hemingway, Anthony Braxton, Herb Robertson, Willem Breuker, Guus Janssen en John Butcher. Als componist schreef hij in opdracht van de Tetzepi Big Band, Kaida, Duo X en de Harvard Jazz Band. Hollenbeck uit New York City combineert de swing van de jazz met ritmes van andere culturen en een bijzonder gevoel voor lyriek. Hij treedt op met Bob Brookmeyer, Tony Malaby, Fred Hersch, Cuong Vu en Meredith Monk waarin zijn melodische spel zowel in kleine als grote bands tot uiting komt. Hij is vooral als componist bekend geworden met werk voor grote bezettingen, koren, kamerorkesten en kleinere formaties in de VS en Europa. Het meeste van zijn werk is te horen op de labels Blueshift, Cuneiform, Omnitone en Intuition. Hij leidt daarnaast zijn eigen Claudia Quintet. 00:00 NEW DUTCH ELECTRONICS : Mormo | Gieskes | Unyx | Radion | Toktek | Vj MNK Vanaf 00:00 uur vindt New Dutch Electronix plaats, een verzameling van nieuwe electronica acts die uiteenlopen van luister-electronica tot breakcore. New Dutch Electronix is een project van een aantal upcoming nieuwe electronica dance acts uit Nederland. De live-acts zijn verassend, nieuw en anders en laten zien dat electronica live niet altijd enkel één jongen is die op het podium achter zijn laptop mail aan het checken is. New Dutch electronix is live, interactief en dansbaar! Live-acts: Mormo - luisterelectronica in de trant van Richard Divine. Toktek - improvisatie electronica, clicks & cuts met zelfgebouwde joysticks. Tom Verbruggen (Toktek) is een van meest actieve circuitbenders van Nederland, hij bouwt zelf een groot deel van zijn apparatuur uit oud electronisch speelgoed. Live brengt hij een mix van live ingespeelde samples gecombineerd met chaotische maar goed in het gehoor liggende ritmes. Een lust voor oor en oog. Gieskes - gameboy-electro-b-boy Unyx - van electronix naar breakcore en terug. Radion - electro-Dj en drummer van Funkstorung, mede-eigenaar van esc.rec label. DJ Radion Vj MNK - vormt ook een duo met Toktek maar Vj-ed ook solo, bouwt zijn eigen videomixers, maakt een combi van glitch met circuitbending. |