ZOEKEN Editie Jaar Locaties Partners Personen Orkesten & Ensembles Gratis Concerten
Editie14 Editie14
Download programmagids editie 05
Pers: NRC / Trouw
15:00 / Korzo / Pa pa pa - Vrouw vrouw vrouw / Twee verhalen | Productie: De Helling | gebaseerd op verhalen van Han Shaogong | Klaas de Vries – muziek & libretto | Han Shaogong – tekst (vertaling Mark Leenhouts) | Ad de Bont – regie | Gerrie de Vries – mezzosopraan Wiebe-Pier Cnossen – bariton | Tatiana Koleva – slagwerk | Jorge Isaac – blokfluiten Michiel Weidner – cymbalom
17:00 / DCR / Studio Loos / Studio LOOS | Tom Johnson: SEPTET - wereldpremière / en wereldpremières van Jan Trütszchler von Falkenstein en Anne Laberge / Internet Project strarring Tom Johnseon.
20:15 / Dr. Anton Philipszaal / Residentie Orkest / Verboregen Parels / Dirigent: Reinbert de Leeuw | klarinet: Michael Collins / Stravinsky - Symphonies pour d’instruments à vents / Turnage - Riffs and Refrains voor klarinet en orkest (Nederlandse première) / Jeths - Ombre Cinesi / Messiaen - L' Ascension
23:00 / Theater aan het Spui / Big Band van het Koninkljk Conservatorium / Dirigent: John Ruocco / Nieuw Werk van componisten van de Jazz afdeling van het Koninklijk Conservatorium
00:30 / Paard van Troje / Pole met Tied and Tickled Trio


WERELDPREMIÈRE

15:00 / Korzo / Pa pa pa - Vrouw vrouw vrouw / Twee verhalen | Productie: De Helling | gebaseerd op verhalen van Han Shaogong | Klaas de Vries – muziek & libretto | Han Shaogong – tekst (vertaling Mark Leenhouts) | Ad de Bont – regie | Gerrie de Vries – mezzosopraan Wiebe-Pier Cnossen – bariton | Tatiana Koleva – slagwerk | Jorge Isaac – blokfluiten Michiel Weidner – cymbalom
Klaas de Vries – muziek & libretto
Han Shaogong – tekst (vertaling Mark Leenhouts)
Ad de Bont – regie
Gerrie de Vries – mezzosopraaN
Wiebe-Pier Cnossen – bariton
Tatiana Koleva – slagwerK
Jorge Isaac – blokfluiten
Michiel Weidner – cymbalom

Dag in de Branding 05 wordt geopend door het Haagse muziektheatergezelschap De Helling met de productie Pa pa pa, vrouw vrouw vrouw (Twee Verhalen): een nieuwe muziektheater-
voorstelling op muziek van Klaas de Vries en teksten van de Chinese schrijver Han Shaogong. Twee zangers, een mezzosopraan, een bariton en twee virtuoze instrumentalisten vertellen vanuit een mannelijk en vrouwelijk perspectief twee hilarische verhalen over de vernietigende mentaliteit van de massa tegenover de nietigheid van het individu. De verhalen spelen zich af in het decor van het Chinese platteland.

In Pa pa pa stappen we in op het punt dat de gemeenschap Hanenkopdorp ernstig in verval raakt en haar ondergang tegemoet gaat. Een plotseling rijsttekort kan alleen worden opgelost door een menselijk offer aan de plaatselijke rijstgod. Een misvormde en weerloze man die van de dorpelingen de bijnaam 'Misbaksel' heeft gekregen, wordt aangewezen als potentieel offer. Ondanks deze bewuste keuze van de dorpelingen voor Misbaksel, worden zij in de aanloop naar het offer toch getergd door twijfel en angst. Men blijft zijn offer en op handen zijnde dood uitstellen. Misbaksel gedraagt zich ondertussen nog vreemder dan gebruikelijk en plotseling blijken er steeds meer verbanden te bestaan tussen de vreemde gebeurtenissen in het dorp en Misbaksels gedrag. Is er iets bijzonders met Misbaksel aan de hand?

In Vrouw vrouw vrouw reist de verteller af naar zijn geboortestreek voor de begrafenis van zijn oude tante Yao. Aangekomen in zijn geboortestreek hoort hij na al die jaren het bizarre levensverhaal van de tante die hij al zo lang niet gesproken en gezien heeft. De zichzelf wegcijferende vrouw veranderde na een beroerte langzaam in een onzindelijk huisdier, waarmee zij de spot en de haat van de gemeenschap over zich heen zich heen kreeg. Bespot, geplaagd en getergd kwijnde ze weg in de kooi waarin de inwoners van haar dorp haar hadden gestopt.

Tijdens de voorstelling schieten de zangers van tijd tot tijd in de meest uiteenlopende rollen en benaderen zij de novellen vanuit de meest onverwachte invalshoeken. Hierbij maken zij slechts gebruik van een enkel gebaar en een snelle, soms karikaturale afwisseling van verschillende zangstijlen, waarmee zij elkaar tevens proberen de loef af te steken. De musici antwoorden op de vragen van de zangers met muziek: zij blaffen, grommen, blaten, miauwen, balken en praten. Deze twee novellen uit 1986 van de Chinese schrijver Han Shaogong staan aan de basis van de voorstelling. In deze verhalen vraagt Han Shaogong zich af in hoeverre het individu en de ratio overeind blijft tegenover de massa en de massahysterie? Door in zijn verhalen traditie, mythe, bijgeloof en tegelijkertijd moderne westerse invloeden te verwerken, wil Shaogong ook weergeven in welke situatie het huidige

China verkeert: in spagaat tussen het gemeenschappelijke verleden en het individuele, rationeel beredeneerde individualisme van de westerse cultuur. "na het eten doe je de afwas. dat is alles."


 
3 WERELDPREMIÈRES1
7:00 / DCR / Studio Loos / Studio LOOS | Tom Johnson: SEPTET - wereldpremière / en wereldpremières van Jan Trütszchler von Falkenstein en Anne Laberge / Internet Project strarring Tom Johnseon.

Tussen de werken door zijn gefilmde interviews met Tom Johnson te zien waarin hij reflecteert op de stukken die worden gespeeld.
Aansluitend het LOOS internet project starring Tom Johnson


TON JOHNSON - SEPTET voor 2 fluiten, hobo, klarinet, 2 violen en altvioolc| wereldpremière
In mijn muziek gaat het altijd meer om noten dan om klankkleur. De instrumentatie is vaak niet gespecificeerd, omdat de muziek in veel verschillend gekleurde combinaties even helder kan klinken. Het Septet echter heb ik speciaal geschreven voor twee fluiten, hobo, klarinet, twee violen en altviool. In essentie bestaat de muziek uit een lange reeks vijfstemmige akkoorden. De klank moet voldoende homogeen zijn om de harmonieën goed te kunnen horen, maar omdat subtiele kleurverschillen de muziek zoveel interessanter maken, leek het mij het beste dat ik dit zelf oploste. Ik heb daarbij met opzet alle gebruikelijke regels rond stemvoering overtreden. Op veel plaatsen heb ik de stemmen elkaar laten kruisen, zodat de akkoorden los van een melodisch verband te horen zijn.
De akkoorden zijn geconstrueerd uit een reeks van 11 tonen binnen een tamelijk nauw bereik. Daarbij is het combinatorische ontwerp (11,5,2) gehanteerd:
Elf elementen (11 noten) zijn verdeeld in 11 subgroepen van 5 elementen (11 akkoorden van 5 noten).
Iedere noot komt 5 keer voor, in 5 van de akkoorden.
Ieder notenpaar komt in 2 akkoorden samen voor.
Ieder akkoord heeft 2 noten gemeen met alle andere akkoorden.
Ik heb een van de mogelijke oplossingen voor deze tamelijk verbazingwekkende symmetrische structuur genomen, en deze getransformeerd naar tien gerelateerde oplossingen, zoals ook te zien is op de hierbij afgebeelde partituur. Vervolgens heb ik mijn reeks van 11 tonen gekozen en het resultaat gearrangeerd voor de gekozen instrumenten. Het stuk duurt in totaal ongeveer twaalf minuten.
Wie meer wil weten over de wiskunde achter dit soort structuren verwijs ik naar The Handbook of Combinatorial Designs, redactie Charles J. Colbourn en Jeffrey H. Dinitz (tweede druk, Chapman and Hall/CRC, 2007)
Tom Johnson, Parijs, augustus 2007

Tom Johnson is geboren in Colorado in 1939, studeerde muziek op Yale University en compositie bij Morton Feldman. Na 15 jaar New York verhuisde hij naar Parijs, waar hij sinds 1983 woont.
Men beschouwt hem als een minimalist, omdat hij met eenvoudige vormen en beperkte middelen werkt en over het algemeen beperkt materiaal gebruikt. Maar hij werkt logischer dan de meeste minimalisten die vaak formules, veranderingen en voorspelbare herhalingen vertonen. Johnson is bekend van zijn opera's: The Four Note Opera (1972) wordt nog steeds in veel landen uitgevoerd en Riemannoper is sinds zijn première in Bremen in 1988 al meer dan twintig keer op de planken gezet in Duits-sprekende landen. Daarnaast worden ook de volgende werken vaak gespeeld: Bedtime Stories, Rational Melodies. Music and Questions, Counting Duets, Tango, Narayana's Cows en Failing: een zeer moeilijk stuk voor contrabas solo.
Zijn grootste compositie, Bonhoeffer Oratorium, een Duitstalig werk dat twee uur duurt voor orkest, koor en solisten, beleefde zijn première in Maastricht in 1996. Sindsdien is het in Berlijn en New York uitgevoerd.
Johnson heeft ook grote aantallen radiostukken geschreven, zoals J'entends un choeur (door Radio France genomineerd voor de Prix Italia, 1993), Music and Questions en Die Melodiemaschinen, voor het eerst uitgezonden door WDR Radio in Keulen in januari 1996.
Johnson is ook bekend als journalist en criticus. The voice of New Music, een verzameling artikelen tussen 1972 en 1982 geschreven voor de Village Voice, is door Apollohuis gepubliceerd. Self similar Melodies, een theoretisch boek, is door Editions 75 in 1996 gepubliceerd.
Als uitvoerend musicus treedt Tom Johnson regelmatig op met Galileo, een werk van drie kwartier voor een zelf ontworpen percussie-instrument. Op zaterdag 1 december zal hij dit werk in Den Haag ten gehore brengen tijdens de zesde editie van Dag in de Branding.


Anne La Berge is fluitist en componist. Zij werkt met interactieve computer systemen, microtonaliteit, improvisatie en legt zich ook als uitvoerder voornamelijk toe op de hedendaagse kamermuziek. Anne La Berge komt uit Minnesota (VS) en woont sinds 1989 in Amsterdam. La Berge maakt deel uit van talloze improvisatie en kamermuziek projecten in Europa en de VS. Ze treedt op in diverse concertzalen in concerten met hedendaagse kamermuziek, op internationale symposia rond ‘Art & Science’ en met improvisaties en electronica in broedplaatsen en kraakpanden.
Naast haar eigen composities speelt ze ook regelmatig speciaal voor haar geschreven werken met interactieve en/of geïmproviseerde muziek en video. Haar eigen stukken als The Freaks went to sea, Cross, Prairie Gears, Drive, Black Veined White, ur-DU en Toss zijn uitgevoerd op verschillende festivals in Europa en de VS. De afgelopen jaren heeft ze ook korte verhalen geschreven, die met haar composities en improvisaties samenhangen en er naadloos in over gaan. Donemus werkt aan een uitgave van haar interactieve elektronische werk.
Van 1999 tot 2006 organiseerde Anne La Berge de serie "kraakgeluiden" met wekelijkse electro-akoestische improvisatiesessies in Amsterdam. Deze serie is internationaal bekend geworden dankzij de gedurfde programmering. In 2003 verscheen een compilatie van deze sessies op CD.
Anne La Berge zit in het bestuur van de Stichting Prime en de Stichting Vrouw en Muziek. Met haar echtgenoot David Dramm richtte ze de voLsap Foundation op.


Jan Trützschler von Falkenstein komt oorspronkelijk uit München (Duitsland) en woont nu in Den Haag. Hij houdt zich bezig met improvisatie, live electronics, compositie, (geluids)installaties en performances en brengt deze gebieden bij voorkeur bij elkaar, meestal in samenwerking met videokunstenaars.
Sinds een aantal jaar maakt hij met Tom Tlalim het radioprogramma 'UCON', waar electronische en computermuziek live worden uitgezonden.
Trützschler von Falkenstein studeerde Mediadesign aan de Bauhaus Universiteit in Weimar, en studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag, afdeling Sonologie. Hij vervolgt nu zijn opleiding aan de Universiteit van Birmingham.



20:15 / Dr. Anton Philipszaal / Residentie Orkest / Verboregen Parels / Dirigent: Reinbert de Leeuw | klarinet: Michael Collins / Stravinsky - Symphonies pour d’instruments à vents / Turnage - Riffs and Refrains voor klarinet en orkest (Nederlandse première) / Jeths - Ombre Cinesi / Messiaen - L' Ascension


Verborgen Parels
Reinbert de Leeuw Dirigent
Michael Collins Klarinet

Stravinsky: Symphonies of wind instruments
Jeths: Ombre cinesi
Turnage: Riffs and Refrains voor klarinet en orkest
Messiaen: L’ Ascension

Ten hemel met Reinbert de Leeuw

Onder leiding van Reinbert de Leeuw speelt het Residentie Orkest enkele kleurrijke partituren uit deze en de vorige eeuw. Luisterenswaardige muziek uit een nieuwe tijdperk, dat de romantiek vaarwel zegt. Op het programma twee veteranen: Igor Stravinsky en Olivier Messiaen. In het meditatieve L’Ascension van Messiaen is Jezus’ Hemelvaart bron van inspiratie geweest. De jongere generatie wordt vertegenwoordigd door Mark-Anthony Turnage en Willem Jeths. Turnage verwerkt onder meer jazzelementen in zijn muziek; Jeths tovert met verrassend esprit ongebruikelijke klanken uit de instrumenten van het orkest.  


IGOR STRAVINSKY, SYMPHONIES OF WIND INSTRUMENTS
In zijn boekje Le Coq et l’Arlequin verklaarde Jean Cocteau zich in 1918 voorstander van ‘een orkest zonder de streling van de strijkers’. Hij riep componisten op om muziek te schrijven voor een rijke verzameling van houtblazers, koperblazers en slagwerk. Twee jaar later werd hij op zijn wenken bediend door Igor Stravinsky, die zijn Symfonieën voor blaasinstrumenten componeerde voor twaalf houtblazers en elf koperblazers. Stravinsky verklaarde later in een interview dat hij bewust de vorkeur had gegeven aan de objectieve klank van de blazers boven de warme, menselijke klank van de strijkers.

Stravinsky had Cocteau’s aanmoediging heus niet nodig om de blazers een prominente rol te geven. Zijn baanbrekende ballet Le Sacre du printemps uit 1913 opent met een uitgebreide episode voor blazers alleen. In zijn studietijd had hij zelfs een – verloren gegaan – Chant funèbre voor blazers geschreven ter nagedachtenis aan zijn leraar Rimsky-Korsakov. De dood van een gewaardeerde collega-componist vormde eveneens de aanleiding voor de Symfonieën voor blaasinstrumenten. Kort na het overlijden van Debussy in 1918 schreef Stravinsky als muzikaal eerbetoon een koraal voor blazers dat hij later als slotdeel opnam in de in 1920 voltooide en in 1947 herziene Symfonieën.

De titel van de Symfonieën verwijst niet naar de negentiende-eeuwse orkesttraditie. Stravinsky treedt eerder in de voetsporen van Andrea en Giovanni Gabrieli, die de Venetiaanse barok plechtig inluidden met ruimtelijk opgezette ‘symphoniae’ waarin (onder meer) blaasintrumenten samenklinken. Bij Stravinsky ontvouwt zich een sober, haast ascetisch lijnenspel. Korte blokken, waarvan één als refrain fungeert, klinken achter elkaar zonder overgangen. Deze onpersoonlijke en tegelijk aangrijpende muziek klinkt als een star ritueel.    


WILLEM JETHS, OMBRE CINESI
Willem Jeths verenigt in zich het vernieuwende en het conventionele. Zijn drang naar ongehoorde instrumentale klankkleuren weerhoudt hem er niet van om te kiezen voor muzikale genres die stevig verankerd zijn in de westerse traditie. Na verschillende symfonische werken, drie strijkkwartetten en een lange reeks soloconcerten richt Jeths zich nu op het meest complexe genre binnen de klassieke muziekgeschiedenis, de opera. Zijn eersteling op dat gebied, Hotel de Pékin, zal eind 2008 ten doop worden gehouden in Shanghai en in het gloednieuwe operahuis van Enschede. Het libretto van Friso Haverkamp gaat over de laatste uren van Cixi, de roemruchte keizerin-regentes van China.

In zijn orkestwerk Ombre Cinesi (Chinese schaduwen) licht Jeths alvast een tipje van de sluier op over een van de sleutelscènes uit de opera. Hij schreef deze korte compositie voor de heropening van de Haarlemse concertzaal De Philharmonie op 14 oktober 2005.
Centraal in Ombre Cinesi staat de denkbeeldige treinreis die de stervende Cixi in 1908 aflegt op weg naar het dodenrijk. Ze valt aan een panische angst ten prooi, maar heeft ook momenten van introspectie waarop zij reflecteert op haar tragische lot en dat van haar volk. Naarmate de reis vordert, groeit haar verlangen om zich in liefde te verenigen met haar roemrijke voorganger Qin, grondlegger van de dynastie die met haar eigen dood teloorgaat. De Chinese muur, ruim tweeduizend jaar eerder door Qin gebouwd, symboliseert deze geïdealiseerde hartstocht.

De verschillende emotionele staten van keizerin Cixi zijn terug te horen dankzij de kettingstructuur die Willem Jeths zoals vaker gebruikt: het muzikale verloop bestaat uit overzichtelijke en herkenbare blokken die organisch in elkaar overlopen. Als in een Chinese kalligrafie ontvouwen zich de verschillende episodes van de macabere reis, tot de climax waarbij Cixi’s voortdenderende trein frontaal botst tegen de Chinese muur. Na deze lang verwachte ‘Liebestod’ betreedt de keizerin een serene geestenwereld. Haar ziel krijgt als stem de breekbare klanken van de hoge (tenor)trombone en de erhu, een tweesnarige Chinese knieviool.

In de opera gaat Jeths meer traditionele instrumenten gebruiken. Na een bezoek aan Shanghai twee jaar geleden raakte hij diep ontroerd door de sfeer, de mensen en de Chinese traditionele cultuur. Ook het uitgebreide slagwerkarsenaal in Ombre Cinesi, van scheidsrechtersfluitjes tot scheurende zijdenstoffen, draagt bij tot de fusie tussen Europese en Aziatische elementen.


MARK-ANTHONY TURNAGE, RIFFS AND REFRAINS
De Engelsman Mark-Anthony Turnage maakt geen onderscheid tussen klassieke componisten en jazzmusici. Hij houdt van scherp geprofileerde klankwerelden en heeft daarom niet alleen waardering voor Bach, Stravinsky en Ligeti, maar ook voor klarinettist Benny Goodman, jazzgitarist John Scofield en bassist Charlie Mingus. Zijn belangstelling voor jazz heeft in de loop der jaren geleid tot verschillende composities met een improvisatorisch element zoals Scorched en Blood on the Floor, twee werken die in nauw overleg met Scofield zijn ontstaan.

Tot de jazzy categorie behoort ook Riffs and Refrains voor klarinet en orkest. Turnage schreef dit werk in 2003 voor het Hallé Orchestra uit Manchester en klarinettist Michael Collins. Omdat componist en solist elkaar zo’n dertig jaar kennen, wist Turnage precies welke eisen hij aan de solopartij kon stellen.

Riffs and Refrains valt uiteen in twee contrasterende delen. Het eerste deel is grillig en swingend, het tweede lyrisch en rustgevend. Vanuit deze tegenstelling meende de recensent van dagblad The Guardian de titel als volgt te kunnen verklaren: de korte, herhaalde loopjes (riffs) van het openingsdeel maken in het tweede deel plaats voor refreinen die een haast pastorale sfeer oproepen. Hoe het ook zij, Turnage maakt dankbaar gebruik van de veelzijdigheid van de klarinet, met name van het uitgesproken verschil in klankkleur tussen het lage, het middelste en het hoge register.


OLIVIER MESSIAEN, L’ASCENSION
Met L’Ascension schreef Olivier Messiaen in 1933 zijn eerste orkestwerk van betekenis. Hij werkte toen al als hoofdorganist van de Trinité-kerk in Parijs en zou de compositie één jaar later voor orgel bewerken. Zoals de ondertitel ‘Quatre méditations symphoniques’ suggereert, gaat het om een religieus vierluik. De fervent katholieke Messiaen mediteert niet alleen over de hemelvaart van Christus, maar ook over de tegenstelling tussen de eeuwigheid van het hemelse rijk en de vergankelijkheid van ons aardse leven. Voorafgaand aan elk deel verduidelijkt hij zijn theologische intenties door middel van een opschrift van bijbelse of liturgische aard.

In het majestueuze eerste deel is een hoofdrol weggelegd voor de eerste trompet en de andere koperblazers. Messiaen refereert naar een hoofdstuk uit het Johannes-evangelie waarin Jezus zich vlak voor zijn gevangenneming tot zijn Vader richt: ‘Vader, de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke’ (Johannes 17:1).

Het vredige tweede deel berust op een kronkelend thema dat door de houtblazers unisono gespeeld wordt. Volgens het opschrift uit de Hemelvaart-mis zijn de gelovigen nu aan het woord: ‘O God, wij smeken u … zorg ervoor dat we met de geest in de hemel mogen verblijven.’

Pas in het derde deel komen alle instrumentengroepen prominent aan bod. Messiaen verwijst naar twee verzen uit Psalm 46 (47): ‘God is opgevaren onder bazuingeschal … Volkeren, klap in de handen, juicht God toe met jubelgeroep.’ Dit vrolijke scherzo roept associaties op met de muzikale taal van Ravel.

Het vierde deel, voor strijkers alleen, draagt als aanduiding ‘extreem lamgzaam, ontroerd en plechtig’. Strijkers in solistisch verband beelden Christus’ reis naar de hemel uit met een uitgerekte stijgende lijn. De tijd lijkt stil te staan en de harmonie blijft beperkt tot enkele akkoorden. Het opschrift is een directe voortzetting van het eerste deel: ‘Vader, Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen … En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld, en Ik kom tot U’ (Johannes 17: 6, 11).

Michel Khalifa


Reinbert de Leeuw is in de hedendaagse muziekwereld een alom bekende en gerespecteerde verschijning. Hij werd geboren in Amsterdam en studeerde piano en muziektheorie aan het Amsterdamse Conservatorium. Vervolgens studeerde hij composi­tie bij Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Als uitvoerend musicus (pianist, dirigent en componist) zijn Reinbert de Leeuws activiteiten zeer uitgebreid. In 1972 stond hij aan de wieg van de Rondom serie en sinds de oprichting in 1974 is hij vaste dirigent van het Schönb­erg Ensemble. Hij dirigeert naast het Schönberg Ensem­ble regelmatig andere kamermuzieken­sembles en de belangrijke Nederlandse orkesten, waaronder het Koninklijk Concert­gebouworkest, het Residentie Orkest, Rotterdams Philharmonisch Orkest en de radio-orkesten. Hij maakte tournees door Europa, de Verenigde Staten, Canada, Japan en Australië en trad op tijdens festivals in Berlijn, Edinburgh, Aldeburgh, Parijs, Tokyo en Warschau. Hij leidt regelmatig produk­ties bij De Nederland­se Opera in Amster­dam en bij de Nationale Reisopera in Enschede, waaronder Stravinsky’s The Rake’s Progress, Andriessens Rosa, a Horse Drama en Writing to Vermeer, Ligeti’s Le Grand Macabre en Viviers Rêves d’un Marco Polo.
In 1992 was Reinert de Leeuw gast-artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij als artistiek directeur verbonden aan het Tangle­wood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. In 2000 verbond hij zich voor drie seizoenen aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series van moderne en hedendaagse muziek. In deze series dirigeerde hij jaarlijks zelf enige programma’s.
Behalve als dirigent is Reinbert de Leeuw ook als pianist nog altijd actief.
Bij onder andere Philips, Teldec, Electra Nonesuch en Ovidis Montaigne verschenen opnamen van werken van Messiaen, Stravinsky, Janácek, Liszt, Goebaidoelina, Oestvolskaya, Schönberg, Webern, Vivier, Andriessen en Reich. Een aantal daarvan werd met belangrijke prijzen onderscheiden. Voor zijn verdiensten is Reinbert de Leeuw diverse malen onderscheiden. In 1991 ontving hij de Sikkens Award en in 1992 de grootste Neder­landse muziekprijs, het 3-M laureaat. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit van Utrecht uitgereikt.


Klarinettist Michael Collins beschikt over een verbluffende virtuositeit en een innemende muzikaliteit. Als 16-jarige deed hij van zich spreken na het winnen van de BBC Young Musician of the Year Competition. Op 22-jarige leeftijd maakte hij zijn debuut in Carnegie Hall, New York. Nadien soleerde hij bij de orkesten van Philadelphia, Detroit, Helsinki, Sydney, Wenen, Leipzig, Birmingham, bij het Orchestre Philharmonique de Radio France, BBC Symphony en andere grote symfonieorkesten onder leiding van Simon Rattle, Charles Dutoit, Esa-Pekka Salonen, Neville Marriner en Trevor Pinnock. In het seizoen 2005-2006 trad hij aan bij Stockholm Sinfonietta, Gewandhausorchester Leipzig, Philharmonia Orchestra, London Sinfonietta, Helsinki Philharmonic en maakte hij een tournee met het BBC Scottish Symphony Orchestra naar Zuid-Amerika.
Michael Collins is een begenadigd vertolker van hedendaags klarinetrepertoire. Hij verzorgde de premières van werken van John Adams, Elliot Carter, Mark-Anthony Turnage (Riffs and Refrains) en Benjamin Wallfisch. Het Dubbelconcert voor viool en klarinet van Erkki-Sven Tüür beleefde zijn wereldpremière in juni 2005, uitgevoerd door het Detroit Symphony Orchestra onder leiding van Neeme Järvi, met Michael Collins en Isabelle van Keulen als solist.
Michael Collins is een veelgevraagd musicus in het kamermuziekrepertoire. Hij deelt regelmatig het podium met het Belcea Quartet, met Martha Argerich, Stephen Hough, Mikhail Pletnev, Joshua Bell, Steven Isserlis, Isabelle van Keulen en Peter Jablonski. De naam van Michael Collins prijkt op een groot aantal cd-opnamen. Opmerkelijke opnamen zijn die van Beethovens Vioolconcert in een klarinetarrangement van Mikhail Pletnev, de Klarinetconcerten van Louis Spohr met het Swedish Chamber Orchestra en het Klarinetconcert van John Corigliano met het BBC Symphony Orchestra onder leiding van Leonard Slatkin. 



23:00 / Theater aan het Spui / Big Band van het Koninkljk Conservatorium / Dirigent: John Ruocco / Nieuw Werk van componisten van de Jazz afdeling van het Koninklijk Conservatorium
De Big Band van het Koninklijk Conservatorium speelt nieuwe werken van studenten en ex-studenten. Sommige stukken zijn gebaseerd op jazz standards waaraan een bijzondere wending wordt gegeven. Andere stukken zijn composities van de studenten zelf. Alle stukken zijn verfrissend en klinken inventief omdat de jonge componisten en arrangeurs zijn afgeweken van de gebaande paden.

00:30 / Paard van Troje / Pole met Tied and Tickled Trio
WERK VAN: Walter Wolff - All blues | Eva Folch - Butterfly | Rodrigo Parejo - Naima
Guillaume Marcenac - I start to smile again | Kees Kamphuis - Zeg eens A
Tied & Tickled Trio (D) – jazzy electronic dub
Crack Whore Society feat. Marco Haas (T. Raumschmiere) (D) - noiserock
Tied & Tickled Trio - Muzikale gedaanteverwisselingen en glockenspiel
Ondanks de suggestie die wordt gewekt hebben we hier niet te maken met een trio maar met een quintet, soms zelf aangevuld tot compleet orkest. De basis van deze band wordt gevormd door de broers Micha en Markus Acher, afkomstig uit de gelederen van o.a. The Notwist, 13 & God en Lali Puna. Het Tied & Tickled Trio, één van de langstlopende nevenactiviteiten van de beide Achers, kruist instrumentale jazz met electronica, dub en postrock. Electronische postjazz is misschien wel de meest adequate omschrijving van het geluid van dit collectief.
Aan muzikale afwisseling dan ook geen enkel gebrek, soms lijken de overgangen zelfs op muzikale gedaanteverwisselingen. Het ene moment overheerst de jazz met piepende saxofoonsolo’s, het andere moment neemt een space-achtige groove het voortouw en overheerst de electronica. In september verschijnt hun zevende album ‘Aelita’ (op het Berlijnse Morr Music). De basis van dit album bestaat uit repeterende stukjes glockenspiel, afgewisseld met dubbeats en flarden bas. Veelzijdig is het Tied & Tickled Trio in elk geval altijd!

CRACK WHORE SOCIETY (ft. T. Raumschmiere on drums)
De Crack Whore Society is afkomstig uit de Punk and Hardcore scene van de vroege jaren 90. Hun gelijknamige album bundelt 14 songs in 35 minuten. T.Raumschmiere (Shitkatapult / Mute) produceerde het album en drumt ook mee; voor de mastering was Christian Vogel verantwoordelijk (ook een legende uit de techno scene – hij maakt o.a. deel uit van Super Collider met Jamie Lidell). De Crack Whore Society produceert een extreem dichte geluidsmuur aan garage-rock … Nu eens niet als frontman of platendraaier beukt niemand minder dan T. Raumschmiere keihard mee op de 'attitude' van deze muzikale 'crackhoeren'. Rocken tot op het bot dus.

Hyves Twitter
Pers Info Contact Archief Etalage Video Foto Shop