ZOEKEN Editie Jaar Locaties Partners Personen Orkesten & Ensembles Gratis Concerten
Editie14Editie14 Editie14
Download programmagids editie 011
15:00 / De Boterwaag / Bobby Mitchell / The people united shall never be defeted / Frederic Rzewsky / Bobby Mitchell piano
16:30 / Theater aan het Spui / Ligeti Academy / R. Tascon - Paroxysmal Distorted Resonance / D. Soifer -  Periods of Ellipsis / A. Paul - Punta de Fuga
M. Feldman - For Frank O'Hara / N. Castiglioni - Momenti Musicali
19:00 / Korzo5HOOG / Are you our daughter? / compositie: Nicoleta Chatzopoulou / regie: Lotte de Beer / dramaturgie & libretto: Joris van der Meer / King Lear – tenor: Alexander Oliver / Cordelia – sopraan: Camille Hesketh / Kent, bariton: Alistair Shelton-Smith / Turkse instrumenten: Michalis Cholevas / Harp: Anastasia Makropoulou / Trombone: Santiago Casalta / orgel op tape: Jan Hage / ontwerp toneelbeeld en kostuums: Nele Ceustermans / muzikale leiding: Kornilios Selamsis / repetitor: Richard Fitzhugh
techniek orgelopname: Bert van Dijk / mixing: Dirk Kooistra / lichtontwerp: Peter Lemmens / met dank aan: het Orgelpark (Amsterdam) /
21:00 / Paard van Troje / Phil Niblock / No melody, no harmony, no rhythm. No bullshit /
22:30 / Paard van Troje / Johan Cale /
00:00 / Paard van Troje / Chesnutt /



15:00 / De Boterwaag / Bobby Mitchell / The people united shall never be defeted / Frederic Rzewsky / Bobby Mitchell piano

Muziek voor de mensheid

door Bobby Mitchell

Wat? Een stuk voor solopiano van een uur? Gezien de geschiedenis van de pianomuziek zal de vraag in het verleden minder prangend geweest zijn dan nu. In de achttiende eeuw schreef J.S. Bach een gigantische reeks variaties voor klavecinist Goldberg met geen ander doel dan een zekere graaf te helpen ’s avonds de slaap te vatten. Althans, zo gaat het verhaal. De meeste uitvoeringen van dit stuk duren, inclusief de herhalingen (zoals het gespeeld hoort te worden) ruim een uur. Een eeuw later toonde Beethoven zijn gevoel voor humor door een gruwelijk moeilijke reeks variaties te componeren op een thema van Diabelli. Ook dit stuk duurt ongeveer een uur. Diabelli had op een goede dag dit thema geschreven en diverse componisten gevraagd een variatie te schrijven voor zijn eigen verzameling. Klaarblijkelijk uit weerzin over zoveel narcisme creëerde Beethoven een van de meest opmerkelijke werken die ik ken op het gebied van variaties op een thema. In 1975, toen Ursula Oppens Frederic Rzewski opdracht gaf tot het schrijven van een reeks variaties “ter aanvulling van de Diabelli Variaties” bleek Rzewski behoefte te hebben aan een dwingender reden om de luisteraar een heel uur lang te laten luisteren.

Het onderwerp van het stuk is de strijd die de mensheid voert voor gelijkheid en vrijheid van onderdrukking. Veel serieuzer kan het niet worden. Rzewski gebruikt het Chileense protestlied ¡El Pueblo Unido jamas sera vencido! (het verenigde volk zal nooit worden verslagen!) als hoofdthema, gecombineerd met het Italiaanse lied van de revolutie Bandiera Rossa (de rode vlag) en Hanns Eislers anti-fascistische Solidaritätslied (solidariteitslied). Zo maakt hij zijn bedoeling duidelijk: dit stuk gaat over mensen die gebukt gaan onder maatschappelijke onderdrukking en die werken aan verandering. En als ik heden ten dage de tv aanzet en de berichten hoor over honger, oorlog, genocide en de dreigende uitputting van onze natuurlijke voorraden, dan kan ik niet zeggen dat ik het oneens ben met Rzewski’s onderwerpskeuze. Misschien waren het eenvoudiger tijden in de dagen van Bach en Beethoven; in ieder geval worden de problemen van onze geglobaliseerde samenleving in de eenentwintigste eeuw hier terecht aan de orde gesteld. In Rzewski’s themakeuze weerklinkt direct een cultuur die protesteert tegen de beperkingen die de overheid oplegt, daarnaast gebruikt hij behalve een Chileens thema ook Italiaanse en Duitse muziek om de luisteraar eraan te herinneren dat het hier een wereldwijd probleem betreft.

Welke boodschap wil Rzewski met dit werk uitdragen? Mensen die zich verenigen in de strijd tegen een onderdrukkend systeem (regeringen, grote bedrijven, etc.) kunnen soms veranderingen op gang brengen waar veel meer mensen profijt bij hebben. Uit de muziek wordt duidelijk dat Rzewski gelooft dat dit een gruwelijk langzaam, zelfs schier eindeloos proces is. Reikt Rzewski suggesties of oplossingen aan voor problemen waar groepen mensen zich in de wereld van vandaag voor gesteld zien? Nee. Zo simplistisch zijn de bedoelingen van kunst nooit. Maar doordat hij eenvoudigweg de strijd van al die mensen benoemt en uitvergroot maakt Rzewski de luisteraar meer bewust van de problemen in de huidige maatschappij waar veel mensen halsstarrig en consequent aan voorbijgaan. Is Rzewski hoopvol gestemd over de toekomst voor alle mensen in de hele wereld? Gezien zijn keuze om dit stuk te schrijven zou je dat wel zeggen.
De pianist worstelt ondertussen met extreem dicht geschreven en virtuoze pianomuziek in een poging het thema helder te krijgen – om de luisteraar duidelijk te maken waar het uiteindelijk om gaat en wat de moeite waard is om voor te vechten. Hoe kunnen we mogelijkheden creëren voor velen in plaats van voor een enkeling? Is het mogelijk om te streven naar meer gelijkheid tussen alle mensen en kunnen we werken aan een definitieve oplossing voor de problemen van onze eigen tijd? Het onderwerp van dit werk is misschien niet een van de vrolijkste, maar ik hoor in dit stuk een groot optimisme. Rzewski zal het wellicht met me eens zijn dat er hoop ligt besloten in alleen al het feit dat we de vraag nog steeds de moeite van het stellen waard vinden.

De 36 variaties in dit stuk zijn verdeeld in zes reeksen van zes. De zesde variatie van iedere reeks is een recapitulatie van wat er is gebeurd in de eerste vijf. De zesde reeks (Var. 31-36) herhaalt vervolgens wat er is gebeurd in de vijf voorafgaande reeksen, waardoor als het ware een structureel crescendo van het begin tot het eind van het stuk ontstaat. Na de laatste variatie klinkt een geïmproviseerde cadens voordat het thema terugkeert. U bent van harte uitgenodigd om te komen luisteren naar dit stuk. Met deze overkoepelende structuur in uw achterhoofd, of gewoon om rustig van de muziek te genieten.
Bobby Mitchell, januari 2007


Bobby Mitchell (USA, 1985) heeft een carrière opgebouwd als pianist en fortepianist waarin de traditionele grenzen van de klassieke muziekuitvoering opnieuw worden getrokken. Hij treedt niet alleen regelmatig op als solist en ensemblelid in uitvoeringen van zeer uiteenlopende aard, hij stelt de verbintenis tussen muziek en politiek ook centraal in zijn artistieke werk. Bobby heeft opgetreden op zeer diverse locaties zoals het Kennedy Center for the Performing Arts (Washington DC, USA), het Concertgebouw (Amsterdam), clubs als Le Poisson Rouge (New York, USA) en het Binnenhof in Den Haag. Hij heeft prijzen ontvangen van de Nederlandse overheid, de National Foundation for the Advancement of the Arts (USA) en de American Liszt Society Baltimore-Washington Chapter.


Theater aan het Spui



16:30 / Theater aan het Spui / Ligeti Academy / R. Tascon - Paroxysmal Distorted Resonance / D. Soifer -  Periods of Ellipsis / A. Paul - Punta de Fuga
M. Feldman - For Frank O'Hara / N. Castiglioni - Momenti Musicali

De Ligeti Academy is een initiatief van het Asko | Schönberg, het Koninklijk Conservatorium Den Haag en het Conservatorium van Amsterdam. Studenten kunnen zich bij deze Academy specialiseren in de uitvoeringspraktijk van hedendaagse muziek. Musici van het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble coachen de studenten. Deze krijgen workshops en masterclasses van de dirigenten, solisten en componisten die bij het ensemble over de vloer komen. Uiteraard geven zij ook openbare concerten.

R. Tascon      -  Paroxysmal Distorted Resonance
D. Soifer        -  Periods of Ellipsis
A. Paul          -  Punta de Fuga
M. Feldman    -  For Frank O'Hara
N. Castiglioni -  Momenti Musicali

Rodrigo Tascón (1980) - Paroxysmal Distorted Resonance
Rodrigo Tascón begon zijn studie compositie in 1998 aan het Musical Research and Studies Center (CIEM) met Victor Rasgado’s workshop in analyse en compositie. In 2001 ontving hij aan het National Art Center (CNA) uit handen van Mario Lavista zijn diploma compositie.  In het jaar 2003 kreeg hij de titel Associate in Musical Theory, Criticism and Literature (AmusTCL) van het Trinity College in Londen. In 2007 haalde hij zijn bachelorstitel aan het conservatorium in Amsterdam, waar hij momenteel het mastersprogramma volgt bij Wim Hendricks, Jorrit Tamminga, Fabio Nieder en Richard Ayres. Gedurende zijn verblijf in Nederland heeft hij kunnen componeren voor en samenwerken met een aantal vooraanstaande Nederlandse ensembles zoals Het Trio, Nieuw Ensemble, Asko Ensemble, Nederlands Blazers ensemble, De Nederlandse Opera en het Ereprijs Orkest.
Zijn stuk Paroxysmal Distorted Resonance (2009) is speciaal voor de Ligeti Academie gecomponeerd. In dit stuk doemen herhaalde harmonische uitbarstingen op, die vervolgens weer langzaam wegebben, met drastische en subtiele transformaties in iedere cyclus. En net zoals frequenties en timbres daarbij worden gefilterd, wordt ook de ruimte tussen de cycli vergroot en verkleind. Op metaforisch (en in zekere zin humoristische) wijze verwijst dit naar BPPV, een uiterst merkwaardige aandoening die wordt veroorzaakt door gruis in het binnenoor. BPPV (Benign Paroxysmal Positional Vertigo) wordt gekenmerkt door korte episodes van milde tot intense duizeligheid als gevolg van veranderingen in de stand van het hoofd. Vertigo is de plotselinge sensatie van instabiliteit of een plotselinge beweging van de omgeving. Dat kan aanvoelen als een rit in de draaimolen of alsof de binnenkant van het hoofd draait.

Diego Soifer (1981) - Periods of Ellipsis
Diego Soifer werd in 1981 in Buenos Aires in Argentinië. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen toen hij zeven jaar oud was, pianolessen op zijn elfde, en zijn eerste compositielessen toen hij zestien was en zich aansloot bij de studie van Daniel Montes. Bij Montes volgde hij vier jaar lang een intensief programma bestaande uit compositie, contrapunt, harmonie, analyse, gehoortraining, improvisatie en piano. In 2002 verhuisde hij naar Canada om daar compositie te studeren aan de universiteit van Toronto bij de eminente componist Gary Kulesha. Hij kreeg bij zijn inschrijving in Toronto een uitstekende beoordeling en hij ontving tweemaal een beurs, de Music Alumni Scholarship in 2002-2003 en de Robert & Jean Elliott McBroom Scholarship voor 2003-2004. Hij heeft gewerkt met diverse ensembles en solisten, waaronder het Earshot Ensemble, Continuum Contemporary Music, Sinfonia Finlandia, de Ereprijs en het ASKO ensemble. Hij studeert momenteel aan het conservatorium in Den Haag, bij Cornelis de Bondt en Yannis Kyriakides.
Het stuk Periods of Ellipsis behandelt de ‘ellipsen’ in het verhaal dat we maken van ons eigen leven. Sommige sleutelmomenten in het leven zijn moeilijk uit te leggen. Het belang dat we er zelf aan hechten is voor anderen moeilijk te begrijpen. En omdat we ze niet kunnen uitleggen, slaan we ze over wanneer we ons verhaal vertellen. Maar omdat deze momenten van essentieel belang zijn, is dat overslaan een ellips van iets fundamenteels. Periods of Ellipsis illustreert dit fenomeen.

Abel Paul (1984) - Punto de Fuga
Abel Paúl werd geboren in Valladolid in Spanje. Hij kreeg zijn eerste lessen als instrumentalist op zevenjarige leeftijd op het conservatorium van Vitoria. In 2002 besloot hij zich volledig te richten op compositie. Hij begon zijn studie compositie aan het Conservatorium van Amsterdam, waar Fabio Nieder en Richard Ayres zijn voornaamste docenten waren. In 2007 verhuisde hij naar Berlijn om daar zijn studie voort te zetten aan de Universität der Künste, bij Walter Zimmermann en Elena Mendoza. In 2008 ontving hij de Salvatore Martirano Composition Award van de University of Illinois. Hij was te gast bij het Ensemble Aleph tijdens hun vierde Forum for Young Composers. Paúls muziek is uitgevoerd door diverse vooraanstaande gezelschappen, waaronder het ASKO ensemble, het Nieuw Ensemble, Ensemble Aleph, Insomnio Ensemble en het UIUC new music ensemble. Zijn werk was ook te horen tijdens diverse internationale festivals: Gaudeamus (Nederland), Aspekte Salzburg (Oostenrijk), de Nederlandse Muziekdagen (Nederland), Kunstforum Hellerau (Duitsland), Vitasaari contemporary music festival (Finland), Festival MANCA (Frankrijk), Theatre Dunois (Frankrijk), Festival printemps des poétes (Frankrijk), 7x7 (Nederland), Bezielde Tijd (Nederland), Kranner Center (USA). Op de radio is zijn muziek uitgezonden door de AVRO en de Concertzender.
Punto de fuga, dat in 2009 werd geschreven voor de Ligeti Academie, ontleent zijn titel aan een term uit de beeldende kunst. Een verdwijnpunt (punto de fuga) is een punt in een perspectieftekening waarnaar parallelle lijnen lijken te convergeren. In dit stuk behandelt Paùl de instrumenten en de musici op een haast picturale manier, als elementen die zich bewegen van en naar het ‘verdwijnpunt’ van de dirigent. Soms verdwijnen ze zelfs uit het ‘visuele’ veld. Het stuk is een verkenning van de dichotomie tussen gelijkheid en verschil in geluid in een zich wijzigende ruimtelijke situatie.

Morton Feldman (1926-1987) - For Frank O’Hara
De Amerikaanse componist Morton Feldman studeerde compositie bij Riegger en Wolpe, maar nam al snel afstand van zijn klassieke opleiding. Hij werd meer dan door wie ook beïnvloed door Edgar Varèse. Omdat hij zich ook sterk liet inspireren door de abstracte schilderkunst van zijn tijd (vooral het werk van Rothko en Pollock) wordt zijn werk gekenmerkt door onconventionele notatiesystemen en een grote nadruk op gebaren en timbres. In de jaren vijftig sloot hij zich aan bij John Cage en Earl Brown en keerde zich definitief af van intellectuele componeermethoden als die van Boulez en Stockhausen.
Feldman zelf vond For Frank O’Hara (1973) een typisch voorbeeld van zijn stijl. Het is geschreven in conventioneel notenschrift en geeft bij oppervlakkige beschouwing een vlak beeld met minimale contrasten. Toch is de muziek in feite verdeeld in discrete secties, die zich onderscheiden door de plaatsing van gebeurtenissen binnen de toonruimte, het gebruik van karakteristieke combinaties van timbres en variaties in textuur. Sommige secties krijgen hun eenheid door de herhaling van harmonieën, die ofwel letterlijk of in ruimtelijke variaties worden herhaald. Veel van de constructies gebruiken verschillende, op elkaar aansluitende toonklassen (clusters van toonklassen), een techniek die Feldman gedurende zijn gehele carrière graag toepaste.

Niccolò Castiglioni (1932-1996) - Momenti Musicali
Castiglioni is een Italiaanse componist en schrijver over muziek. Hij kreeg zijn eerste pianolessen toen hij zeven jaar oud was en haalde in 1952 zijn diploma aan het conservatorium in Milaan. Het jaar daarop studeerde hij daar af in compositie. In 1961 ontving hij de Italia Prijs voor zijn radio-opera Attraverso lo specchio. Van 1966 tot 1970 woonde Castiglioni in de USA, waar hij achtereenvolgens gastcolleges compositie gaf aan de University of Michigan (1967) en de University of California in San Diego (1968, als Regents Lecturer) en colleges in de geschiedenis van de renaissancemuziek aan de University of Washington (1969). In 1970 keerde hij terug naar Italië waar hij enkele jaren later zijn onderwijswerk weer oppakte, nu als docent compositie aan de conservatoria van Trent, Como en Milaan.
Momenti musicali (1991) is geschreven in zes ‘mini-delen’. In de eerste maten wordt een twaalftoonsreeks geïntroduceerd die vervolgens alle processen van de seriële techniek doorloopt. Daar wordt af en toe echter van afgeweken, bijvoorbeeld in een aantal momenten van chromatiek. Een kenmerk van Castilgioni’s manier van werken dat ook terug te vinden is in dit werk, is de ritmische variatie van een korte, herhalende frase, zoals bijvoorbeeld aan het eind van het tweede deel. Binnen een uiterst beperkt geluidslandschap, dat grotendeels bestaat uit korte, gefragmenteerde frasen die zijn verdeeld over verschillende instrumenten en met een dynamisch bereik van pp – mp, worden subtiele verschillen in dynamiek en het karakter van de verschillende delen enorm versterkt. Het derde deel bijvoorbeeld zou het ‘zwaarste’ van de zes delen genoemd kunnen worden. Het vierde is dan het lichtst, bijna als een scherzo, het vijfde het meest expressief, zelfs vrolijk, en het zesde het meest dramatisch, met een fff in de pianopartij als schokkende afsluiting.

Waarom de Ligeti Academie?
De György Ligeti Academie is vernoemd naar de overleden componist. Tot aan zijn dood in 2006 had György Ligeti een intensieve werkrelatie met dirigent Reinbert de Leeuw en Asko | Schönberg. In het voorjaar van 2008 richtten zij samen met de conservatoria van Amsterdam en Den Haag de Ligeti Academie op met als doel hun kennis te delen van de manier waarop zijn muziek gespeeld moet worden.

Dat de Academie Ligeti’s naam draagt, wil niet zeggen dat het repertoire zich uitsluitend tot zijn werk beperkt. Dit zal ook werk omvatten van vele andere componisten die een nauwe relatie hebben met Asko | Schönberg. Hoe moet hun werk worden gespeeld? Welke bedoeling heeft een componist met een bepaalde notatiemethode? Hoe kwam hij tot de specifieke schrijfwijze van een bepaalde passage? Studenten aan de Ligeti Academie krijgen het allemaal geduid door musici van Asko | Schönberg die hun enorme ervaring met hen delen.



19:00 / Korzo5HOOG / Are you our daughter?
Double MiXed
presenteerde in december 2008 nieuwe muziektheaterwerken gecreëerd door twee koppels van regisseur en componist, die voor het eerste samenwerkten in de eerdere editie van de reeks MiXed. In 2007 startte Korzo muziekproducties met deze reeks en nodigde daarvoor jonge compositietalenten uit de hedendaagse muziek en aanstormende regietalenten uit de Nederlandse theaterpraktijk uit voor een eerste samenwerking, in de hoop dat deze samenwerking in de toekomst zou smaken naar meer.
Double MiXed wordt geproduceerd door Korzo muziekproducties en wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van OCW, Gemeente Den Haag, Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ en SNS Reaal Fonds.

Are you our daughter?
Componist Nicoleta Chatzopoulou en regisseur Lotte de Beer maakten begin 2007 bij Korzo het muziektheaterstuk Clara S. Met Are you our daughter? presenteren zij in het kader van Double MiXed een nieuwe voorstelling gebaseerd op Shakespeares King Lear (1605-06), zijn grootste tragedie.

Een oud geworden Lear wil zijn rijk onder zijn drie dochters - Goneril, Regan en Cordelia - verdelen. Zij moeten daarvoor publiekelijk verklaren dat zij meer van hem houden dan van wie of wat ook. Als enige weigert Cordelia haar vader te vleien. Zij wil haar liefde bewaren voor een toekomstig echtgenoot. Lear is woedend en verbant haar. Hij komt echter bedrogen uit als blijkt dat Goneril en Regan hem op zijn beurt zonder pardon de deur wijzen. Dwalend op de heide, met alleen zijn trouwe nar als steun, wordt hij door een storm en een halfnaakte zwerver geconfronteerd met zichzelf en de essentie van het mens zijn.

Voor Are you our daughter? maken De Beer en Chatzopoulou gebruik van een drastische bewerking van het oorspronkelijk tekstmateriaal. Uitgangspunt is de behoefte onderzoek te doen naar de dynamiek van een verstoorde vader-dochterrelatie. Het thema van de man-vrouwverhouding dat in Clara S. centraal stond, wordt zo in de vorm van een generatieconflict opnieuw opgenomen. De bewerking beweegt zich tussen de beginscène, waarin Lear zijn dochter verstoot en de eindscènes, waarin beiden weer met elkaar verenigd zijn. De kern van de tekst blijft echter, net als in het origineel, de serie heidescènes. In een voorstelling die voor het overige is losgezongen van de oorspronkelijke plot zien we vervolgens hoe vader en dochter keer op keer proberen tot elkaar te komen.

In een kale ruimte treffen wij een oude man, Lear, boven een grote maquette van wat eens zijn koninkrijk was. Gadegeslagen door zijn dochter Cordelia en door Kent, hun beider trouwe vriend, herbeleeft hij hoe hij ooit zijn rijk onder zijn dochters heeft willen verdelen. Als Cordelia tussenbeide komt, wijst Lear haar opnieuw af. Ook Kent, die haar te hulp schiet, vangt bot. Omdat Lear fantasie en werkelijkheid nauwelijks meer kan scheiden, verkleedt Cordelia zich als de Fool (de nar). Samen met Kent spelen vader en dochter als kinderen en verzoenen zij zich met hun verleden en de toekomst, met zichzelf en met elkaar.

compositie: Nicoleta Chatzopoulou
regie: Lotte de Beer
dramaturgie & libretto: Joris van der Meer
King Lear – tenor: Alexander Oliver
Cordelia – sopraan: Camille Hesketh 
Kent, bariton: Alistair Shelton-Smith
Turkse instrumenten: Michalis Cholevas
Harp: Anastasia Makropoulou
Trombone: Santiago Casalta
orgel op tape: Jan Hage
ontwerp toneelbeeld en kostuums: Nele Ceustermans
muzikale leiding: Kornilios Selamsis
repetitor: Richard Fitzhugh
techniek orgelopname: Bert van Dijk
mixing: Dirk Kooistra
lichtontwerp: Peter Lemmens
met dank aan: het Orgelpark (Amsterdam)

Korzo muziekproducties:
artistieke leiding: Sylvia Stoetzer
zakelijke leiding: Bernadette Stokvis
productieleiding: Marga Jongbloed
publiciteit: Martine Jedema, Anne de Haij
video-registratie: Josanne Buiting


 
21:00 / Paard van Troje / Phil Niblock / No melody, no harmony, no rhythm. No bullshit /

Een Phill Niblock-concert is een heel andere ervaring dan een gewoon concert.
Ten eerste: hij houdt van HARD. Schrik niet. Het kan voor hem eigenlijk nooit hard genoeg zijn. Deels omdat zijn muziek meer neigt naar lage, doordringende klanken en minder naar hoge, felle; alle hoge tonen zijn hogere boventonen van de daadwerkelijk gespeelde noten, en dus niet erg hard. Hij heeft nog een goede reden om voor een extreem hoog volume te kiezen: Niblock heeft een bijzondere belangstelling voor geluid, en met name voor de typische patronen die in luchtmoleculen ontstaan als zeer luide, lang aanhoudende klanken met een bijzonder klein hoogteverschil (maar net niet precies gestemd) langs elkaar ‘wrijven’. De spookgeluiden die je in de lucht hoort maken deel uit van de wereld der psycho-akoestiek. Het gaat om ritmes (het wah-wah-effect van net niet gelijk gestemde geluidsgolven), som- en verschiltonen en de krijsende koorklanken van hoge boventonen, in hun honderdtallen. Bij repetities vraagt Niblock steevast of het volume nog net iets hoger kan. Als uw oren oververmoeid worden van het harde geluid, geef ze dan even pauze, ga een frisse neus halen en kom terug wanneer u er weer klaar voor bent.
Ten tweede: hij wil het liefst dat u tijdens het optreden in beweging blijft. U hoeft niet stil op uw stoel te blijven zitten. Er is ook geen beste zitplaats in de zaal; de akoestische indruk die u krijgt is overal in de ruimte anders, dus het loont om rond te lopen. U zult dan ‘sweet spots’ vinden (technisch jargon), en waarschijnlijk ook wat minder aangename plekken. Ga op verkenning uit!
Ten derde: Phill is erg informeel. Ga een praatje met hem maken, tracteer hem op een glas wijn. Bij concerten van Niblock gaan de musici vaak onopvallend het podium op en af en een klassieke buiging aan het einde komt er niet aan te pas; dat is ook goed, het is nu eenmaal geen klassieke muziek. Soms is er zelfs geen applaus tussen de stukken, maar als u zin krijgt om te klappen, joelen of u anderszins uit te drukken, ga gerust uw gang.
Ten vierde: u zult merken dat er de hele avond films worden gedraaid. Mogelijk zijn ze zelfs al gestart voordat u binnenkwam, maar maakt u zich geen zorgen, u hebt niet zozeer iets gemist. Er zijn heel veel van die films en u hoeft ze niet op lineaire wijze te bekijken, van het begin tot het einde. Ze komen uit de serie The Movement of People Working, die Niblock tussen 1973 en 1991 opnam in plattelandsgebieden in China, Brazilië, Portugal, Lesotho, Puerto Rico, Hongkong, het Noordpoolgebied, Mexico, Hongarije, de Adirondacks, Peru en op andere locaties. De films tonen het dagelijks werk van mensen, vaak agrarisch of maritiem van aard. Ze zijn adembenemend mooi en vallen op door hun realistische aard en het ontbreken van kunstgrepen, naast het gebruik van lange takes in hoge resolutie, een schijnbaar oneindige verzameling fascinerende beelden in levendige kleuren. De taferelen van handenarbeid worden abstract behandeld, zonder een zwaar opgelegde antropologische of sociologische betekenis. Net als in de muziek contrasteert de oppervlakkige traagheid met een actieve, afwisselende textuur van ritme en vorm van lichaamsbeweging. Dit is wat Niblock zelf als het eigenlijke onderwerp van zijn films beschouwt. De muziek is op geen enkele wijze gesynchroniseerd met de films; ze gaan beide gewoon hun eigen weg. Ze hoeven geen duidelijk afgerond einde te hebben; hij zet de films gewoon uit als hij denkt dat we genoeg gehad hebben.

Het ongewone aan de muziek van Niblock is dat de meeste composities zijn opgebouwd uit opnames van specifieke instrumentalisten of vocalisten die lange tonen ten gehore brengen. Hij bewerkt de opnames, knipt de adempauzes eruit en plakt ze aaneen tot een dicht microtonaal bromgeluid. Pan Fried 11 en Parker’s Altered Mood zijn zo gemaakt. De stukken kunnen ten gehore gebracht worden met, maar ook zonder live-musici die de in het stuk gebruikte tonen spelen, hoewel hij er waar mogelijk de voorkeur aan geeft als op zijn concerten wordt gespeeld of gezongen door musici. Maar centraal staat dat de live-musici absoluut geen ‘solisten’ zijn en de opnames geen ‘begeleiding’. Het idee is om musici en geluidstrack te laten versmelten tot één geheel. Als het goed is, is het min of meer onmogelijk om te horen wat de live-musicus speelt, tenzij je rechtstreeks naar hem of haar kijkt - het volume moet zo worden geregeld dat het live-geluid niet naar voren treedt in de mix. Het beste resultaat wordt verkregen als de speler zijn/haar ego volledig opzij zet en geheel ondergedompeld raakt in de alles omhullende zee van geluid.
De musici wordt gevraagd om te luisteren naar het vooraf opgenomen materiaal - HET STUK - en te proberen zich bij de toonhoogtes die ze horen aan te sluiten met een eigen, lang aangehouden toon die aanzwelt en vervolgens weer wegsterft. Idealiter mikken ze nét iets naast de toon, zeg 5 tot 20 ‘cent’ (fracties van een halve toon), zodat ritmes en andersoortige interferentiepatronen met de opgenomen partij ontstaan. Niblock houdt van massa’s microtonale verschuivingen, hoe meer hoe beter. De speler moet niet proberen om te veel te doen - het is juist interessanter om in een kalme toestand te raken, te genieten van het spelen en nu en dan rust te nemen. Voor de musici is het absoluut niet saai, ondanks het relatieve gebrek aan activiteit. De muziek is er al; de live-speler maakt er gewoon deel van uit.

Waar zou je Phill Niblock plaatsen in het brede spectrum van de hedendaagse muziek? Je zou hem een minimalist kunnen noemen; je zou hem een microtonalist kunnen noemen; je zou hem een multimedia-kunstenaar kunnen noemen, of een elektronica-artiest. Zijn werk wordt uitgevoerd op nieuwe-muziekvoorstellingen, in video-installaties, bij noise-optredens. Al deze beschrijvingen passen hem, maar geen van alle is uitputtend. In feite is Niblock een van die kunstenaars die niet in een hokje geplaatst kunnen worden, waarvan het Amerikaanse interbellum er zoveel heeft voortgebracht; mensen die zich hun hele leven bezighielden met het in groot detail onderzoeken van wat slechts een minuscule uithoek kan lijken van de immense wereld der muziek. Als we er dan toch een label op moeten plakken, zouden we zeggen dat zijn onderzoeksgebied dat van de bromklank is, en de psycho-akoestische rijkdom van nauwkeurig gestemde bijna-unisonoklanken op akoestische instrumenten, opgenomen en met hoog volume afgespeeld in verschillende ruimten. Met 75 is Niblock een kunstenaar met een immense creatieve levenskracht wiens muziek vandaag de dag rijk en inspirerend is als nooit tevoren.

Pan Fried 11 (2001-3)bestaat uit opnames van een piano met geharste snaren (oorspronkelijk gespeeld door Reinhold Friedl), Parker’s Altered Mood (2004)uit lang aanhoudende tonen op altsaxofoon (oorspronkelijk gespeeld door Ulrich Krieger). Verder zijn er twee ensemblestukken, beide volledig genoteerd. Three Orchids (2003)is een stuk voor drie orkesten. Trio Scordatura vond het stuk zo mooi dat Phill om toestemming werd gevraagd om het op te nemen, waarbij het trio met behulp van overdub zou worden omgetoverd in een gigantisch microtonaal bromorkest. Hij vond het best. Deze versie heeft zesendertig geluidlagen met stem, altviool, synthesizer en dobro - de laatste bespeeld door Guy De Bièvre, een ervaren Niblock-uitvoerder en zelf een bijzonder componist. De basisstructuur van het stuk is een drieklank in E klein die langzaam overgaat in een verminderde drieklank (E, G, A#), waarbij onderweg een grote hoeveelheid microtonale varianten en octaafverschuivingen wordt aangedaan. Disseminate (1998) was Niblocks eerste werk voor orkest en tevens zijn eerste werk dat in eerste instantie als een partituur ontstond in plaats van als bandopname. Kort na de première vroeg het Belgische ensemble Q-02 toestemming om een versie van het stuk te maken en de opname die daaruit voortvloeide vormt de basis van de uitvoering vanavond, waarbij live wordt gespeeld door de vereende krachten van Ensemble Klang en Trio Scordatura. Het stuk heeft veel te maken met de noot D, hetgeen mogelijk wordt weerspiegeld in de titel. Gezien Phills voorliefde voor woordspelingen zou het me in elk geval niet verbazen. Ik kan me goed vinden in een opmerking van Robert Ashley over de muziek van Niblock: “Er doet zich een verandering voor die in de basis niet zozeer een verandering van toonhoogte is; het is een verandering in hoe de toonhoogte klinkt.” Dat geldt ook voor onze perceptie van de noot D in Disseminate; en het geldt voor alle verbazingwekkende muziek die u vanavond te horen krijgt.
Bob Gilmore

 

Ensemble Klang wordt sinds haar oprichting in 2003 gezien als één van de spannendste jonge ensembles in de Nederlandse hedendaagse muziekpraktijk. Met hun optredens bouwt het ensemble een repertoire van speciaal voor hen gecreëerde werken, geschreven door opvallende en onconventionele componisten, niet zelden van dezelfde generatie als de leden van Klang, zoals Oscar Bettisson, Kate Moore, Fabian Svensson, en Roi Nachshon. Daarnaast kunnen ook componisten als Heiner Goebbels, Martijn Padding, Jacob ter Veldhuis, Jan-Bas Bollen en Peter Adriaansz tot de componistenkring rond Ensemble Klang worden gerekend. Het ensemble speelt met een bezetting van saxofoons, trombone, percussie, piano en gitaar en kan daarmee zowel subtiele en kwetsbare klanken in een intieme sfeer op het podium toveren, als de spetterende kracht en volume van een Big-Band. Zonder dirigent maar met een stuwende ‘drive’ speelt Klang complexe muziek die virtuoze precisie vereist, resulterend in ‘an impressive aural assault’ (Scottish Herald). Ensemble Klang heeft opgetreden in Nederland, Engeland, Schotland, België, Tsjechië en de Verenigde Staten.

Erik-Jan de With, saxofoon
Heiko Geerts, saxofoon
Anton van Houten, trombone
Saskia Lankhoorn, keyboards
Pete Harden, gitaar
Tom Gelissen, sound engineer

trio scordatura specialiseert zich in microtonale vocale en instrumentale muziek. Het ensemble speelt klassiekers uit de microtonale en spectrale traditie en daarnaast nieuw werk van hedendaagse componisten en klankkunstenaars dat voortkomt uit deze traditie, veelal speciaal voor trio scordatura geschreven. Keyboardspeler Bob Gilmore, zangeres Alfrun Schmid en altvioliste Elisabeth Smalt vormen de basisbezetting, die af en toe wordt uitgebreid met gastmusici. De term scordatura betekent in de klassieke muziek het omstemmen van snaren naar een ongebruikelijke toonhoogte.
In de muziek van trio scordatura hebben de componisten voor eigenzinnige tonale uitgangspunten gekozen, die vaak een andere stemming van het keyboard en de altviool vereisen. Daarom bespeelt Elisabeth af en toe andere altviolen zoals de viola d'amore of de Adapted Viola.
trio scordatura is ontstaan uit een project rond liederen van de Amerikaanse componist Harry Partch voor "intoning voice, Adapted Viola and Chromelodeon" in een extreme stemming van meer dan 40 ongelijke afstanden in het oktaaf. Deze muziek schreef Partch in de jaren 30, en vanwege de ingewikkelde stemming moest hij zijn altviool en zijn harmonium drastisch ombouwen. trio scordatura begon met het maken van een exacte copie van de originele Adapted Viola van Partch. Deze werd gebouwd in Amsterdam in 2001 in overleg met de Harry Partch Foundation. Inmiddels wordt er ook gewerkt aan een tweede instrument: de Kithara. Daarnaast bouwde het Trio Scordatura intieme werkrelaties op met andere toonaangevende hedendaagse componisten, waaronder Horatiu Radulescu, Phill Niblock, Alvin Lucier, François-Bernard Mâche en Lasse Thoresen. Sinds de oprichting in 2006 gaf trio scordatura concerten in het Sonorities Festival in Belfast, het UK Microfest in Engeland, het KlankKleurFestival in Amsterdam, Musica Sacra in Maastricht, Logos in Gent, Roulette in New York en het Transit Festival in Leuven. Ook verzorgt het ensemble regelmatig uitvoeringen in het Karnatic Lab in Amsterdam. Dit jaar vond voor het eerst Trio Scordatura's 'Wintersalon' plaats; een eigen serie met veel aandacht voor experiment en nieuwe composities. Voor deze gelegenheid reisden zeven jonge Ierse componisten af naar de Badcuyp in Amsterdam met hun composities, speciaal voor het ensemble geschreven.

Alfrun Schmid, stem
Elisabeth Smalt, altviool
Bob Gilmore, keyboard

No melody, no harmony, no rhythm. No bullshit."
At the age of 75, Phill Niblock continues to influence a generation of musicians, especially younger
players from the experimental, rock and noise scenes.

His music is minimal, microtonal, rich, and very loud.
The pieces are drones on a single note, or two notes, or a chord, coloured by microtonal inflections;
within apparent stasis there is constant movement.

This evening's presentation, in the company of the composer, features Ensemble Klang and Trio Scordatura
in four recent works, together with newly-transferred films from Niblock's series The Movement of People Working.

Filmed in rural environments in China, Brazil, Lesotho, Puerto Rico, Hong Kong, the Arctic, Mexico, Hungary, Peru
and elsewhere, the films look at everyday work, frequently agrarian or marine labor. They are unique documents,
juxtaposing compelling images in vivid colours. Together with his music they make for a memorable multimedia experience.
Ensemble Klang en Trio Scordatura spelen op zaterdag 14 maart de volgende werken van Phill Niblock:

1. Parker's Altered Mood, AKA Owed To Bird (solo Alto sax)  16'30
2. Pan Fried (multiple performer on one piano) 11'00
3. Three Orchids (trio scordatura) 22'
4. Disseminate (tutti: scordatura + klang) 22'



22:30 / Paard van Troje / Johan Cale /

John Cale is één van de meest invloedrijke underground rockmuzikanten van deze tijd. Zijn klassieke (piano en viool) en avantgardistische achtergrond (The Dream Syndicate) komt in veel van zijn werk sterk naar voren, maar veel van zijn composities zijn tot op zekere hoogte nog vrij toegankelijk. Bij velen is hij vooral bekend als compaan van Lou Reed in The Velvet Underground, waarin hij bas, toetsen en viool speelde. Na twee platen verliet Cale (met ruzie) de band maar zijn stempel was reeds gedrukt.

Cale’s lijst met solo-albums, experimenten en samenwerkingen is oneindig veel langer dan zijn discografie met de Velvet Underground. ‘Vintage Violence’ en ‘Paris 1919’ worden gezien als zijn eerste solo-hoogtepunten. Latere albums als ‘Fear’ en ‘Slow Dazzle’ vallen op door hun duisterheid en ook ‘Honi Soit’ en ‘Music For a New Society’ zijn opvallende albums. Al zijn de meningen over veel van zijn albums vaak ook verdeeld. Cale werkte samen met Phil Manzanera, Mike Oldfield, Phil Collins, Brian Eno en vele anderen. Naast muzikant was hij ook een belangrijke producer (o.a. Patty Smith en The Stooges).

Cale is niet per se de voorloper van punk of new wave waarvoor velen hem houden. Wie zijn werk met die vooronderstelling bestudeert zal verbaasd staan over de bewuste toegankelijkheid van veel van zijn werk, dat soms bijna (maar net niet helemaal) klinkt als tamelijk ‘normale’ rockmuziek. In zijn solo-opnames is altijd de spanning te horen tussen het experimentele en het toegankelijke, met als gevolg dat Cale doorgaans precies (en niet geheel onvrijwillig) tussen de wal en het schip valt: te vreemd voor commercieel succes, maar ook weer niet vreemd of gewaagd genoeg om gezien te worden als een van de grote innovatoren van de rock.
Het is ook lastig Cales solowerk op waarde te schatten omdat dat steeds weer overschaduwd raakt door zijn vele andere prestaties. Uiteindelijk zal hij wellicht nog beter worden herinnerd om zijn werk in de Velvets en als producer dan voor zijn eigen niet geringe discografie.

Cale was een soort wonderkind: als zoon van een Welshe mijnwerker en een schooljuffrouw speelde hij al voor zijn tienertijd een originele compositie voor de BBC. In de vroege jaren zestig raakte hij geïnteresseerd in avant-garde muziek en kreeg hij (met hulp van Aaron Copland en Leonard Bernstein) een beurs om muziek te studeren in de Verenigde Staten. Hij verhuisde in 1963 naar New York, waar hij meespeelde in een 18 uur durend pianorecital met John Cage. Belangrijker echter was zijn deelname aan de Dream Syndicate, het minimalistische ensemble van LaMonte Young, dat door zijn herhalende drone van invloed zou zijn op de arrangementen van zijn volgende groep, de Velvet Underground.

Halverwege de jaren zestig richtte Cale samen met Reed en gitarist Sterling Morrison de Velvets op. Wat Cale en Reed gemeenschappelijk hadden was hun ambitie om rock te spelen met de ontvankelijkheid van de avant-garde. In de eerste drie jaar van het bestaan van de Velvet Underground slaagden ze daar ook in. Hoewel Reed als leadzanger en voornaamste tekstschrijver/componist het belangrijkste bandlid was, was Cales inbreng in het geluid van de band niet minder cruciaal. Hij was verantwoordelijk voor de meest experimentele elementen van hun eerste twee albums, The Velvet Underground & Nico en White Light/White Heat (1967), met name zijn hypnotiserende altvioolspel in Venus in Furs, Heroin en Black Angel's Death Song, zijn hamerende pianospel in I'm Waiting for the Man en All Tomorrow's Parties, zijn gortdroge vertelstem in The Gift en het witteruisorgeltje in Sister Ray. En toch werd Cale, klaarblijkelijk als gevolg van machtsspelletjes van Lou Reed, in 1968 uit de band gezet. Het is nooit precies duidelijk geworden of hij nu is ontslagen of dat hij er zelf is uitgestapt, maar er wordt gesuggereerd dat Reeds ego in Cales talent een bedreiging zag voor zijn leidende positie in de band. De Velvets zouden nog een paar jaar prachtige muziek maken, maar zonder Cale ontbrak de experimentele scherpte.
Cale was in ieder geval alweer snel bezig als producent van het barok-gothic album The Marble Index(1969) van voormalig Velvet-zangeres Nico en het titelloze debuutalbum van de Stooges (ook 1969). Beide projecten verwierven cultstatus en waren van enorme invloed op de punk en new wave die zo’n vijf jaar later opkwamen.

In 1970 begon Cale feitelijk zijn solocarrière met een van zijn beste albums, Vintage Violence. Wie een stevige portie radicalisme had verwacht stond een verrassing te wachten: het materiaal was het werk van een ingetogen en toegankelijke singer-songwriter die eerder paste in de stijl van de Band dan die van de Velvets. De luisteraars hoefden echter niet lang te wachten op iets radicalers: samen met de minimalistische componist Terry Riley nam hij zijn volgende album op, het vrijwel volledig instrumentale Church of Anthrax. In zekere zin definieerden deze twee albums de twee uitersten van Cales solocarrière. Zelfs zijn meest toegankelijke muziek zou altijd een sombere of zelfs morbide toon hebben, waardoor die weinig gedraaid zou worden op de radio. En zelfs zijn meest experimentele werk zou nooit zo avant-garde zijn als dat van bijvoorbeeld LaMonte Young. Cale zou zijn meest experimentele uitstapjes bewaren voor samenwerkingsprojecten met Riley, Brian Eno en, na verloop van heel veel tijd, Lou Reed.

Met name in de latere jaren zeventig werd zijn stijl wat harder en venijniger, vooral in zijn concerten, waarvoor hij zich een aantal flamboyante kostuums en theatrale poses aanmat die soms zelfs zeer confronterend konden zijn (met name bij het beruchte incident waarbij hij op het toneel een kip slachtte). Hij had het meeste succes met werk dat wat ingetogener en melancholiek was, zoals op Vintage Violence of, veel later, Music for a New Society (1982). Zijn discografie is erg groot en gevarieerd. Wie meer dan een of twee Cale-albums zou willen kopen kan misschien nog het best beginnen met de dubbele overzichts-cd Seducing Down the Door.

Halverwege de jaren tachtig vertraagde het tempo waarin Cale eigen werk uitbracht (hoewel hij daar nooit volledig mee ophield). Sindsdien zijn meest opvallende uitingen steeds samenwerkingsprojecten geweest. Wrong Way Up (1990) bracht hem samen met Brian Eno. Songs for Drella(1990), dat heel wat meer media-aandacht kreeg, bracht hem eindelijk weer samen met Reed, met wie hij gedurende tientallen jaren een steeds weer oplaaiende vete had uitgevochten. Het album was een liedjescyclus ter nagedachtenis aan hun kortelings overleden mentor en voormalig Velvet Underground-manager Andy Warhol. De gunstige ontvangst van zowel het album als de daaropvolgende optredens heeft er wellicht aan bijgedragen de beide heren eindelijk de strijdbijl begroeven en de Velvet Underground opnieuw bijeenbrachten voor een Europese tournee (en live-album) in 1993. Deze reünie kreeg minder bijval van de critici en bovendien stonden Reed en Cale tegen het eind van de tournee weer als kemphanen tegenover elkaar. De oude vetes over muzikale richting, leiderschap en wie precies wat had geschreven waren blijkbaar weer in volle hevigheid opgelaaid.

In de jaren negentig bleef hij opnames maken als soloartiest en als componist van filmmuziek. Een van zijn meest ambitieuze samenwerkingsprojecten was The Last Day on Earth (1994), een liedjescyclus en theaterproductie die hij schreef en speelde met cult-singer-songwriter Bobby Neuwirth. In 1998 bracht Cale Nico uit, een hommage aan zijn voormalig medebandlid in de Velvet Underground.



00:00 / Paard van Troje / Chesnutt /

Singer-songwriter Vic Chesnutt (Athens, Georgia 1964) is een van de toonaangevende musici in de eigentijdse folkrock in Amerika. In zijn expressieve, rauwe vocale stijl is overduidelijk zijn accent uit de zuidelijke staten te horen. “Vic heeft zijn uitspraak tot een instrument weten te maken,” schreef John J. Sullivan in het muziekblad Oxford American. “Lettergrepen die wij uit luiheid of door slechte gewoonten al zo goed als niet meer uitspreken, blaast hij op geheel eigen wijze nieuw leven in.”

In zijn tienerjaren speelde Chesnutt trompet in een coverband. In 1983, hij was toen achttien jaar, raakte hij deels verlamd door een auto-ongeluk en sindsdien zit hij in een rolstoel. Maar al vrij kort na het ongeluk ontdekte hij dat hij nog altijd gitaar kon spelen; het duurde niet lang of hij was weer volop met muziek bezig. Niet lang daarna verhuisde Chesnutt naar Nashville (Tennessee), waar hij gedichten begon te lezen van mensen als Stevie Smith, Walt Whitman, Wallace Stevens, W. H. Auden, Steven Crane en Emily Dickinson. Zij werden zijn inspiratie en een bron van invloed bij het schrijven van teksten.

Rond 1985 sloot Chesnutt zich aan bij een band genaamd La-Di-Da’s. Na het uiteenvallen van de La-Di-Da’s begon Chesnutt met solo-optredens in de 40 Watt Club in Athens, waar hij werd opgemerkt door Michael Stipe, de zanger van R.E.M. Stipe, die Chesnutt beschreef als een “vlijmscherpe verslaggever van wat er in de stad gebeurt”, spoorde hem aan zijn liedjes op te nemen. Hij nam hem mee de studio in en produceerde Chesnutts eerste album, Little (1990), dat werd uitgebracht op een onafhankelijk label. Little werd in een enkele dag opgenomen en klinkt rauw en kaal, met bijna uitsluitend akoestische gitaar en zang. Op dit album zijn al duidelijk de emotionerende zang en meeslepende teksten te herkennen die ook nu nog kenmerkend zijn voor zijn stijl. In 1991 verscheen zijn tweede album, West of Rome, eveneens geproduceerd door Michael Stipe. Het geluid van West of Rome was wat voller, door de achtergrondband bestaande uit Chesnutts vrouw Tina op bas, Jeffrey Richards op drums en Kelly Keneipp (uit de band Jack Logan) op gitaar. Na dit album volgden Drunk (1993) en Is the Actor Happy? (1995).

Samen met leden de uit Athens afkomstige band Widespread Panic vormde Chesnutt rond deze tijd de band Brute, die in 1995 het album Nine High a Pallet uitbracht. Hoewel Chesnutt alle teksten schreef, had het album door de jam-rockstijl van Widespread Panic een veel nadrukkelijker rock and roll-geluid dan al zijn eerdere opnamen. Chesnutt bereikte in 1996 een nog veel groter publiek na het uitkomen van Sweet Relief II: Gravity of the Situation – The Songs of Vic Chesnutt. De opbrengst van deze plaat was bestemd voor muzikanten die medisch en financieel in de problemen zaten. Bands en artiesten met supersterstatus zoals Smashing Pumpkins, Madonna, Hootie and the Blowfish, Garbage, Live en R.E.M. spelen op dit album coverversies van liedjes van Chesnutt. In 1998 kwam The Salesman and Bernadette uit, zijn rijkste en meest gevarieerde album tot nu toe, mede dankzij de inbreng van de volledige blazerssectie van de band Lambchop uit Nashville en de combinatie van uiteenlopende genres: folk, rock, country, soul en jazz. Gastvocalen op dit album worden verzorgd door Emmylou Harris, een verklaard Chesnutt-fan.

In 2000 keerde Chesnutt terug naar zijn indie-roots met Merriment. Deze plaat heeft weer het uitgeklede geluid van zijn eerdere albums. In 2002 ging hij weer samen met Widespread Panic de studio in om daar een nieuw Brute-album op te nemen: Co-Balt. Hierop volgde een reeks nieuwe albums, waaronder Silver Lake (2003), Ghetto Bells (2005 en North Star Deserter (2007).
Ondanks de gestage stroom albums die Chesnutt heeft uitgebracht, heeft hij zijn reputatie vooral te danken aan zijn live-optredens. Hij heeft zowel solo getourd als samen met diverse grote namen zoals Live, Soul Asylum, Bob Mould, Kristen Hersh en Cowboy Junkies.

Zijn laatste project is een samenwerking met de eveneens uit Athens, Georgia afkomstige neo-psychedlische folk-rockgroep Elf Power, die voortkomt uit de scene rondom Olivia Tremor Control en Neutral Milk Hotel, twee ten onrechte onbekend gebleven, maar onder liefhebbers legendarische Amerikaanse undergroundbands. In oktober 2008 brachten Chesnutt en Elf Power samen het album Dark Developments uit op Orange Twin Records.

Hyves Twitter
Pers Info Contact Archief Etalage Video Foto Shop