za 9 oktober 2010
20:00
Korzo5HOOG

Gilius van Bergeijk – Over De Dood En De Tijd (1980) – een hommage aan Frans Schubert. Voor deze compositie ontving Gilius van Bergeijk in 1983 de Willem Pijper Prijs van de Gemeente Den Haag en de Johan Wagenaar Stichting.

Over De Dood En De Tijd is een radiofonische productie die werd gecomponeerd in opdracht van de NOS en gerealiseerd in de studio’s van de NOS t.b.v. de Prix Italia 1981. Uitgangspunt is het lied Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. Hierin wordt in een uiterst kort tijdsbestek het aloude thema behandeld van de Dood die een jong meisje verleidt. In dit lied vallen een aantal tegenstellingen direct op: de koraalachtige sereniteit van de hoekdelen tegenover de opera-achtige aanpak van het middendeel, het meisje is jong en beeldschoon en de Dood afstotend lelijk (‘wilder Knochenmann’), ondanks dat wordt de overgang van Leven naar Dood door een ‘schijnmodulatie’ van D mineur naar D majeur verbeeld. Is dit het modieuze romantische doodsverlangen uit die tijd, of zag Schubert de Dood werkelijk als de bevrijding van een kommervol bestaan? Of is het slechts een technische ingreep om gewild modern te zijn zoals tijdgenoten veronderstelden? Speculaties.

In Over De Dood En De Tijd zijn deze tegenstellingen uitvergroot met behulp van het gereedschap Tijd (kloktijd) en getransformeerd naar het plan Historische Tijd.
Zo is in deel 1 (Het Leven) gebruik gemaakt van uitsluitend elektronische (d.w.z. synthetische en dus dode) klanken die volgens de wetmatigheden van de tonaliteit zijn gegroepeerd, hoewel de elektronische muziek historisch gezien toch het product is van de atonaliteit. Alle klanken werden elektronisch gemonteerd: menselijk handelen (Leven) is hier elektronisch handelen (Dood).

In deel 2 (de verleidingsscene, de overgang van Leven naar Dood) worden Musique Concrète-technieken gebruikt: de overgang van elektronische muziek naar levende muziek. De klanken worden geïsoleerd van de hen voortbrengende objecten (levende musici), sterven dus en worden door elektronische ingrepen zelf tot object (komen tot leven). Louter en alleen met behulp van de Tijd wordt hier tevens de overgang van tonaliteit naar atonaliteit gerealiseerd, terwijl de montage met de hand (schaar en plakband) werd verricht: menselijk handelen is hier mechanisch handelen.

In deel 3, de Dood, doet de levende muziek haar intrede: orgel en live-elektronica, waarbij de elektronica wordt gestuurd door de orgelklanken (de organist ‘bespeelt’ de elektronische apparatuur door orgel te spelen). De tonale structuur van de orgelklanken wordt door de elektronica vernietigd en er ontstaat een anti- of niet-tonaliteit, hoewel het orgel historisch gezien toch bij uitstek het product is van het oorspronkelijke modale c. q. tonale denken.

Naar analogie van het oorspronkelijke lied wordt in deel 3 evenmin als in deel 1 en in tegenstelling tot deel 2 iets in de Tijd ontwikkeld, slechts een statische situatie is het gevolg, een situatie die zelfs de spanning van tonale verhoudingen moet ontberen, hoewel de ‘montage’ hier juist muzikaal handelen (orgel spelen) is. De Dood: de (klok-)tijd loopt vast, de historische tijd (het regaal uit Monteverdi’s Orfeo) wordt vernietigd door het jubelend gekraak van de elektronica (de Dood als Bevrijding, het Majeur).

Gilius van Bergeijk (Den Haag, 1946) is een componist uit de Haagse School. Hij studeerde hobo en altsaxofoon, compositie bij Kees van Baaren en elektronische muziek bij Dick Raaijmakers aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Aan dit conservatorium is hij sinds 1972 verbonden als docent elektronische muziek. Van Bergeijk was een van de pioniers op het gebied van de geïmproviseerde muziek en free jazz in Nederland. Tussen 1965 en 1985 speelde hij in verschillende toonaangevende ensembles: met Willem Breuker, de Instant Composers Pool, het Herbie White Combo en Orkest De Volharding. Tevens had hij zijn eigen orkest Gilius’ Haagsche Hofje en vormde hij een duo met saxofonist Luc Houtkamp.

Vanaf 1985 legt Van Bergeijk zich vooral toe op de elektronische muziek. Zijn werk als improviserend musicus verdween naar de achtergrond. Tot zijn belangrijke composities behoren Over de Dood en de Tijd, DES, BAC, Lied van Schijn en Weezen en Symfonie der Duizend.

Altijd als eerste op de hoogte?
Schrijf u in op onze nieuwsbrief!

U ontvangt regelmatig programmanieuws en mooie aanbiedingen.

U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten